Brief aan de raad over schitteringsproblematiek DGEC
Burgemeester en wethouders hebben de gemeenteraad een brief gestuurd waarin zij vragen beantwoorden over de schitteringsproblematiek bij de Groene Energie Corridor (DGEC). Ook gaan ze nader in op de actualiteiten. Hieronder de brief aan de gemeenteraad.
Geachte heer, mevrouw,
Op donderdag 13 februari zijn tijdens het vragenuur diverse vragen gesteld over de schitteringsproblematiek bij De Groene Energie Corridor (DGEC). In deze brief treft u de beantwoording van deze vragen aan en een nadere toelichting op de actualiteiten. Ook gaan we in op het vergunningsproces dat DGEC heeft doorlopen en de keuze voor het alternatieve zonnepaneel.
Er is eerder toegezegd dat er geen spiegeleffect zou optreden. Hoe komt het dat dit toch is gebeurd? Waarom is er gekozen voor een ander type paneel?
Antwoord: De veiligheid van het luchtverkeer is een belangrijke factor in de vergunningverlening voor het zonnecarré. Als gemeente hebben we hiervoor de bevoegde instanties betrokken. Het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) heeft voor DGEC getoetst aan de hand van de richtlijnen van de Federal Aviation Agency (FAA) van de Verenigde Staten (er zijn op dit gebied nog geen Europese richtlijnen). Dat er door piloten toch hinder wordt ervaren, nemen we uiterst serieus. Op donderdagmiddag 13 februari 2025 is er een ambtelijk overleg geweest met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (verder: omgevingsdienst), DGEC en Schiphol en de betrokken instanties in het ISMS (Integral Safety Mangement System)*. In de periode daarna zijn er meerdere gesprekken geweest tussen Schiphol, ISMS, DGEC, Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), omgevingsdienst en gemeente Haarlemmermeer. Verderop in deze brief gaan we in op de uitkomsten van deze gesprekken.
*In het ISMS werken onder andere Schiphol, Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en verschillende luchtvaartmaatschappijen samen aan veiligheid op de luchthaven, onder toezicht van de ILT.
Onderzoek naar vliegveiligheid
We hebben de vliegveiligheidsaspecten van zonnepanelen uitvoerig laten onderzoeken. Voor het hele zonnecarré is dit gedaan door onderzoeksbureau To70. Daarnaast is er voor elk initiatief onderzoek gedaan door de initiatiefnemers. Dit is voor DGEC door het NLR uitgevoerd. Het NLR adviseerde in 2020 om zogenaamde Deeply Textured Glass (DTG)* zonnepanelen toe te passen. Dit type panelen is ook als voorschrift in de vergunning opgenomen. Tijdens de ontwikkelfase, voor de bouw, zijn ISMS, de ILT en Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) geïnformeerd over de plannen en bijbehorende onderzoeken. In 2023 is door DGEC gekozen voor een alternatief paneel.
*DTG is een relatief dikke glassoort met ‘groeven’ die reflecties meer verstrooit. Deze glassoort zorgt voor meer verspreiding van het licht waardoor de reflectie minder intens is maar wel over een breder gebied verspreid wordt. Het voorkomt in veel gevallen hinderlijke reflectie.
Keuze voor alternatief paneel
DGEC heeft eind 2023 bij de omgevingsdienst aangegeven dat de door hen in 2020 geteste DTG panelen niet meer verkrijgbaar waren op de markt. Zij gaven aan dat de huidige generatie zonnepanelen is gemaakt van dunner glas en dat het oude type panelen met dikker glas niet meer gemaakt wordt. Hiervoor hebben ze verschillende leveranciers benaderd.
DGEC heeft (met het NLR) onderzocht welke alternatieven er verkrijgbaar zijn en heeft gekozen voor Lightly Textured Glass (LTG) panelen met Anti Reflection Coating (AR-coating). Dit is een dunnere glassoort uitgerust met een anti-reflectiecoating. Dit type paneel is destijds ook onderzocht in het onderzoek van To70. Uit dat onderzoek bleek ook dat er op deze locatie sprake zou zijn van glare richting de Polderbaan, in de ochtenden van oktober tot en met maart. Als mitigerende maatregelen is geadviseerd om de glare te reduceren door aanpassen van de oriëntatie en hellingshoek van de zonnepanelen. Dit rapport is aan alle initiatiefnemers in het zonnecarré meegegeven, als basis voor hun plannen en onderzoeken.
Beschikbaarheid in de markt
Omdat in de vergunning van andere zonneakkers in het zonnecarré ook DTG panelen als voorschrift zijn opgenomen, onderzoeken wij op dit moment welke type anti-reflectie zonnepanelen op de markt beschikbaar zijn. Er lijken nog zonnepanelen onder de noemer ”deeply textured” op de markt verkrijgbaar, maar het is nog onduidelijk of de specificaties daarvan vergelijkbaar zijn met de in 2020 onderzochte DTG panelen die in de vergunning van DGEC zijn opgenomen. Over het algemeen zijn zonnepanelen namelijk inderdaad dunner geworden, waardoor het onduidelijk is of er nog wel echt van “deeply textured” gesproken kan worden. Daarnaast zijn er verschillende type “lightly textured” panelen en verschillende anti-reflectie coatings beschikbaar We onderzoeken dit nader en kunnen hier vooralsnog geen conclusies uit trekken.
Toetsing van de alternatieve panelen
DGEC heeft een aanvraag gedaan om de nieuwe panelen (LTG met AR-coating) toe te passen, waarbij een aangepast rapport van het NLR is aangeleverd (bijgevoegd). Het NLR heeft het alternatieve paneel getoetst aan de richtlijnen van de FAA. Deze gaan over zonne-energieprojecten op luchthavens. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat een luchthaven zelf in voldoende mate kan analyseren of er potentieel gevaar voor verblinding door schittering bestaat, en dan met name voor de verkeerstoren. Omdat in Nederland geen beleid of richtlijnen zijn voor zonneparken buiten het luchthaventerrein, heeft het NLR zich gebaseerd op de normen van het FAA. Deze zijn in 2021 aangepast. Door deze aanpassing vervalt het criteria uit 2013 om geen ‘yellow glare’ toe te staan op de eindnadering van landingsbanen. Het FAA geeft aan dat op basis van voortschreidend inzicht en praktijkervaringen geen significante hinder meer wordt verwacht voor vliegers. De reflecties van zonnepanelen worden vergeleken met wateroppervlakken, gebouwen met glazen gevels en autoruiten van geparkeerde auto’s. Dit wordt ook toegelicht in het NLR-rapport op pagina 10.
Uit het rapport van NLR blijkt dat er wel kans op reflectie is, maar dat deze binnen de normen van het FAA blijven en conform die normen niet ontoelaatbaar is: “Het zonnepark kan wel yellow glare veroorzaken op de eindnadering van de Polderbaan (baan 18R). Deze reflecties kunnen zich voordoen in het najaar en in de winter (vanaf medio september tot medio maart) en voornamelijk in de ochtend en voormiddag (tussen 09:15 en 13:30 lokale wintertijd). Rekening houdend met het effect van bewolking en het baangebruik op Schiphol, wordt verwacht dat in 1,5% tot 3,0% van alle landingen op Schiphol in de dagperiode de vlieger zal worden blootgesteld aan deze reflecties. Dit wordt in het huidige FAA-beleid niet als ontoelaatbaar gezien. Naar verwachting zal de hinder voor de vlieger vergelijkbaar zijn met die van reflecties veroorzaakt door andere reflecterende oppervlakken (zoals wateroppervlakken, gebouwen met glazen gevels en autoruiten van geparkeerde auto’s) waaraan een vlieger kan worden blootgesteld.”
De omgevingsdienst heeft beoordeeld dat de alternatieve panelen hetzelfde doel dienen, namelijk het verminderen van reflectie. En dat deze wijziging in het plan dus niet vergunningplichtig is. Het ging hierbij om een aanvraag voor het wijzigen van een voorschrift in de vergunning. Dit is niet vergunningsplichtig. Daarom heeft de omgevingsdienst per brief aan DGEC verklaard dat het om een omgevingsvergunningvrije activiteit gaat.
De omgevingsdienst heeft eind vorig jaar een inspectie uitgevoerd op locatie bij DGEC. Uit deze inspectie bleek dat op de locatie de alternatief aangevraagde panelen worden gebruikt.
Er is op donderdagmiddag 13 februari om 16.00 uur ambtelijk overleg geweest met Schiphol, De Groene Energie Corridor, de omgevingsdienst en de gemeente. In dit gesprek is de schitteringsproblematiek toegelicht. Wat zijn de uitkomsten van dit gesprek?
Antwoord: Schiphol geeft aan dat er vanaf oktober 2024 een twintigtal meldingen over schittering zijn binnengekomen. Deze meldingen zijn door verschillende vliegtuigmaatschappijen gedaan. Schiphol geeft aan dat dit misschien weinig lijkt, maar dat dit in het kader van vliegveiligheid vermoedelijk een middelgroot risico genoemd kan worden en kan zorgen voor “loss of control” door verblinding en “loss of seperation” (elkaar te dicht naderen) door uitwijkingsmanoeuvres. Schiphol ziet dit als onacceptabel.
Schiphol is op dit moment bezig met dossiervorming en ze geeft aan dat ISMS een vervolgonderzoek gaat uitvoeren. Naar verwachting is dit onderzoek eind mei gereed. Schiphol heeft de zorgen besproken met de ILT en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Ook is de ILT gevraagd om een dossier aan te leggen. Verderop in deze brief gaan we in op de uitkomsten van ons gesprek met de ILT.
DGEC heeft toegelicht waarom er voor een ander type zonnepaneel is gekozen en dat deze keuze is onderzocht door het NLR. De omgevingsdienst geeft aan dat dit rapport ook is gedeeld met de ILT maar die hebben niet kunnen toetsen omdat de kaders ontbreken. De omgevingsdienst bevestigt dat DGEC volledig volgens de vergunning handelt.
Schiphol geeft aan het “ongemakkelijk” te vinden dat zij niet meegenomen zijn in deze alternatieve keuze. In 2021 is het NLR-rapport wel aan hen voorgelegd. De keuze voor DTG-panelen was toen akkoord. Schiphol verwijst naar een brief die zij in 2020 naar de gemeente heeft gestuurd. Hierin staat: “In het kader van veiligheid, is het van belang dat alle veiligheidsrisico's van tevoren goed worden geïdentificeerd en afgewogen. Met name van schittering, beïnvloeding van navigatiehulpmiddelen, aantrekkelijkheid voor vogels en windbeïnvloeding op de kritische delen van het start- en landinsproces moeten de risico's worden onderzocht. Voor verdere uitwerking zouden wij daarom graag tijdig LVNL betrekken bij de planuitwerking.”
Het antwoord vanuit de gemeente is op 30 april 2020 (kenmerk: 2020.3680765) als volgt geweest: “De ontwikkeling van zonneakkers mag ook wat ons betreft op geen enkele manier een bedreiging vormen voor de vliegveiligheid. Wij zien in de wereld veel positieve voorbeelden van zonneakkers vlakbij luchthavens. Ook in Nederland zijn daar voorbeelden van. Zorgen over bijvoorbeeld schittering en beïnvloeding van navigatie moeten aandachtspunt blijven, maar met de juiste onderzoeken en technische maatregelen moet dat de ontwikkeling niet in de weg staan. Het vroegtijdig betrekken van toetsende instanties als de Luchtverkeerleiding Nederland en de Inspectie Leefomgeving en Transport, doen wij graag en wij hopen dat Royal Schiphol Group daar ook een rol in kan vervullen.”
DGEC is nog deels in aanbouw. Wat Schiphol betreft zouden er nu tijdelijk geen nieuwe panelen bijgeplaatst moeten worden om het probleem niet groter te maken. Dit zou een bouwstop betekenen. De omgevingsdienst geeft aan dat dit de problemen waarschijnlijk niet oplost. Het zonneveld waar de meeste klachten over zijn gekomen is al zo goed als klaar. Er is na dit gesprek niet gekozen om een bouwstop op te leggen. In plaats daarvan wordt gezocht naar een tijdelijke en één permanente oplossing.
Wij bespreken met de omgevingsdienst hoe de vergunningverlening en de toetsing van de alternatieve panelen is verlopen. Schiphol houdt de gemeente daarnaast op de hoogte van de planning en doorlooptijd van het door ISMS gewenste vervolgonderzoek.
Er is op maandag 24 februari een eerste overleg geweest tussen de ILT, de gemeente en de omgevingsdienst. Wat is hier uitgekomen?
Antwoord: Bij het analysebureau luchtvaartveiligheid van de ILT zijn zestien gevalideerde meldingen van piloten bekend. ILT heeft aangegeven dat de klachten zo ernstig zijn dat zij mogelijk Schiphol moeten adviseren om tijdelijk de Polderbaan te sluiten op momenten dat er hinderlijke schittering kan optreden. Alle partijen zien in dat dit slechts een tijdelijke oplossing is. Er moet daarom snel gezocht worden naar een blijvende oplossing voor het probleem.
De ILT geeft aan dat er op dit moment weinig regels zijn over zonnevelden in de buurt van luchthavens waar zij aan kunnen toetsen. Zij hebben desondanks aangeboden nu toch te adviseren bij nog lopende initiatieven. Ook raden zij aan om bij initiatiefnemers aan te dringen contact op te nemen met Schiphol, zodat er gekeken kan worden welke maatrelen nodig zijn om het schitteringsprobleem te voorkomen.
Hoe is de gemeente verder in gesprek met De Groene Energie Corridor en Schiphol over een oplossing?
Antwoord: Op dit moment zijn alle partijen met elkaar in gesprek over een mogelijke oplossingsrichting voor de korte termijn. Er is op 27 februari een gesprek geweest tussen Schiphol, DGEC, de omgevingsdienst, gemeente Haarlemmermeer, ILT en ISMS. DGEC heeft aangegeven meer informatie nodig te hebben om tot een uitvoerbare oplossing te komen. Op donderdag 6 maart is er informatie over de meldingen uitgewisseld tussen DGEC, Schiphol en ISMS. Dit wordt op 11 maart vervolgd.
Ook was er op 6 maart een bestuurlijk overleg tussen gemeente Haarlemmermeer en Schiphol. In dit overleg zijn de aard en ernst van de meldingen besproken. Verder is er onder andere gesproken over het belang van een korte termijnoplossing. Volgens het rapport van NLR wordt namelijk verwacht dat de hinder medio maart voorbij is. Hier is Schiphol niet gerust op, omdat er ook op de Zwanenburgbaan geen hinder werd verwacht, maar daar toch hinder is geconstateerd. Onze burgemeester heeft op basis van de inbreng van Schiphol geconcludeerd dat het gevaar acuut is.
Op 7 maart is de ernst van de situatie besproken in een bestuurlijk overleg tussen gemeente Haarlemmermeer en DGEC. Er uitgesproken dat gewerkt wordt aan mogelijke oplossingen die op korte termijn haalbaar, uitvoerbaar en veilig zijn. Wij hebben benadrukt dat het essentieel is dat de juiste informatie wordt uitgewisseld tussen DGEC en Schiphol. Deze afspraak krijgt ook op 11 maart vervolg, direct na de informatieuitwisseling met Schiphol.
Sluiting Polderbaan
Schiphol heeft op maandag 3 maart besloten om tijdelijk de Polderbaan op bepaalde momenten te sluiten. Hierover bent u geïnformeerd in de raadsbrief van 3 maart (XS-25030301.904).
Contact met het rijk
Onze burgemeester heeft op 3 maart gesproken met de minister van Infrastructuur & Waterstaat over de schitteringsproblematiek. Er is gesproken over de acute situatie en dat er op korte termijn een oplossing moet komen voor de veiligheid van het vliegverkeer en voor de inwoners die in het gebied wonen. De burgemeester heeft aangegeven dat niemand hier verantwoordelijkheid voor lijkt te nemen omdat het zonnepark buiten het luchthaventerrein ligt. Daarom zet zij zich nu in voor een korte termijn oplossing. Op 4 maart heeft de minister van Infrastructuur & Waterstaat de Tweede Kamer geïnformeerd over deze problematiek middels een kamerbrief.
We zien ook een hiaat in de landelijke wetgeving, aangezien er getoetst moest worden aan de hand van Amerikaanse richtlijnen. In de contacten met het rijk willen we daarom benadrukken dat hier een landelijke verantwoordelijkheid ligt. Ook omdat het ene ministerie aanstuurt op realisatie van de RES-opgave, terwijl we bij de uitvoering tegen een hitaat in de landelijke regelgeving aanlopen waar een ander ministerie voor verantwoordelijk is. In artikel 9 van de Europse verordening 139/2014 is daarnaast te lezen dat lidstaten erop toe moeten zien dat er goed overleg is over ontwikkelingen rondom de luchthaven die voor schittering kunnen zorgen. Ook ILT heeft een oproep voor richtlijnen in haar jaarplanning 2023-2027 opgenomen. Er zijn andere Europese landen waar wel landelijke richtlijnen zijn opgesteld.
Hoe zit het met de nog te ontwikkelen initiatieven?
Antwoord: Afgelopen 10 december hebben wij u geïnformeerd over de stand van zaken bij de verschillende initiatieven (XS-24111509.696). Een aantal projecten is vergund. Bij andere loopt het vergunningsproces nog. Op dit moment zijn er geen nieuwe zonneparken in aanbouw. De omgevingsdienst heeft een overzicht gemaakt van de beoogde panelen bij alle initiatieven. Aan de hand daarvan willen we op korte termijn het gesprek met de initiatiefnemers aangegaan. Wij nemen eventuele bevindingen of aandachtspunten die voortkomen uit de problematiek rondom DGEC mee in deze gesprekken. En bij de vergunningverlening van inititieven waar nog geen vergunning is verleend. Er zal met name extra aandacht zijn voor het op het juiste moment betrekken van Schiphol, ISMS, ILT en LVNL.
Wat zijn de (financiele) gevolgen voor onze gemeente?
Antwoord: Wij gaan vooralsnog niet uit van financiële gevolgen voor onze gemeente. Er is namelijk volgens alle regels gehandeld. Als gemeente hebben wij alles gedaan wat redelijkerwijs van ons gevraagd kan worden. Het is nog onduidelijk of de huidige risico's overeenkomen met de geschetste risico's uit het aangepaste NLR-rapport.
Wanneer zou het college de panelen laten vervangen om te voldoen aan de eisen van de luchtvaartsector?
Antwoord: Dat is niet aan de orde. Alle partijen (gemeente Haarlemmermeer, DGEC, Schiphol, ISMS, de omgevingsdienst en de ILT) overleggen intensief met elkaar en zoeken naar een haalbare blijvende oplossing.
Kan de schittering van de zonnevelden ook gevaar op leveren voor het wegverkeer?
Antwoord: Op dit moment zijn bij ons geen klachten van het wegverkeer bekend over deze locatie. Wel hebben we deze week enkele klachten ontvangen van omwonenden over de schittering. Deze worden onderzocht. Belangrijk daarbij is dat de beoogde groene afscherming van het zonnepark nog niet is gerealiseerd.
Wat zou de impact zijn op de energievoorziening van de gemeente Haarlemmermeer als de betreffende zonnevelden weggehaald zouden worden?
Antwoord: Dat zou een grote impact hebben op onze energiedoelstellingen in de Regionale Energiestrategie. DGEC heeft een oppervlakte van circa 100 hectare en vertegenwoordigt daarmee een derde van onze opgave voor zon op land tot 2030. Het zonnepark zal jaarlijks ongeveer 123 GWh aan groene energie produceren. Dit staat gelijk aan het energieverbruik van circa 40.000 huishoudens.
Komt het vaker voor dat onder de aanvliegroute zonnevelden liggen?
Antwoord: Ja, Schiphol is daarin zeker niet uniek. Zo liggen bijvoorbeeld bij de start- en landingsbaan van Groningen Airport Eelde (EHGG) en Rotterdam The Hague Airport zonneparken. De ILT heeft aangegeven hier tot op heden geen meldingen van hinder over ontvangen te hebben.
Ook over de grens worden zonnevelden in de buurt van vliegvelden aangelegd. Zo zijn bijvoorbeeld bij het vliegveld Fiumicino in Rome onlangs 55.000 zonnepanelen langs één van start- en landingsbanen aangelegd. Ook in andere landen wordt de (vlieg)veiligheid onderzocht voor het verlenen van de vergunning.
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,
namens dezen,
Marianne Schuurmans-Wijdeven
Burgemeester
Cees Vermeer
Gemeentesecretaris