Zo berekent u uw vermogen als u bijstandsuitkering gaat aanvragen

U wilt een bijstandsuitkering gaan aanvragen. Voordat u de aanvraag doet, kunt u berekenen of u in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering. U mag namelijk niet teveel eigen vermogen hebben. Hieronder leest u wat meetelt als vermogen. Dit vermogen geeft u in het aanvraagformulier door onder de kop ‘Vermogen’.

Welke beschikbare geldmiddelen tellen mee?

De beschikbare geldmiddelen worden meegeteld van:

  • Uzelf.
  • Uw partner. U bent partner als u getrouwd of geregistreerd partner bent. Of als u op hetzelfde adres woont en samen een huishouden heeft. Dit geldt ook als u ex-partners bent. Of als u het kind van uw partner erkend heeft. Of uw partner uw kind heeft erkend. Of als u ergens anders als partner geregistreerd staat. Denk hierbij aan de Belastingdienst of als meeverzekerde bij een zorgverzekering. 
  • Uw inwonende kinderen jonger dan 18 jaar zijn. En de kinderen staan in de gemeentelijk Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven op uw woonadres. 

Hoeveel vermogen mag ik hebben als ik bijstandsuitkering aanvraag?

De beschikbare middelen van uzelf, uw partner en inwonende kinderen bepalen de hoogte van uw vermogen. Schulden mag u van uw vermogen aftrekken.

Hoeveel vermogen u mag hebben als u een bijstandsuitkering aanvraagt, is afhankelijk van uw situatie: 

  • U bent alleenstaande ouder en u heeft samen met inwonende minderjarige kinderen in totaal maximaal € 12.450.
  • U heeft samen met uw partner en inwonende minderjarige kinderen maximaal € 12.450.
  • U bent alleenstaand en heeft maximaal € 6.225. 

Als u meer vermogen heeft krijgt u geen bijstandsuitkering. U moet dan eerst uw vermogen opmaken tot u de grens van € 12.450 of € 6.225 heeft bereikt. 

Wat zijn beschikbare geldmiddelen?

Beschikbare geldmiddelen zijn middelen waarover u kunt beschikken. Dit zijn ook middelen die omgezet kunnen worden naar geld. Beschikbare geldmiddelen zijn: 

  • Contant geld.
  • Geld op betaal- en spaarrekeningen (zowel in euro’s als andere valuta). Voor spaar- of termijndeposito’s geldt dat een depositorekening wel meetelt als u het geld direct kunt opnemen. Ook als u dan een boete moet betalen. Een depositorekening telt niet mee als volgens de voorwaarden tussentijds opnemen van geld niet kan. 
  • Cryptovaluta (zoals bitcoins).
  • De waarde van aandelen, obligaties, spaarpolissen, levensverzekeringen. 
  • De waarde van uw auto, motor, caravan, boot. U kunt op de website van de ANWB de autowaarde berekenen. De waarde van uw motor, caravan of boot kunt u inschatten door een vergelijkbaar type op te zoeken op verkoopsites.
  • Andere bezittingen in binnen- en buitenland (tweede woning, stacaravan, stuk grond). 

Welke geldmiddelen tellen niet mee?

Deze geldmiddelen tellen niet mee:

  • Schulden. Als u uw schulden daadwerkelijk moet terugbetalen, mag u deze bedragen aftrekken van uw totale vermogen. Een hypotheek telt niet mee als schuld.
  • Studieschuld bij Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Deze schuld mag u niet aftrekken van uw totale vermogen.

Welke peildatum moet ik gebruiken?

Voor de hoogte van uw beschikbare geldmiddelen gebruikt u een peildatum. Deze datum hangt af van de ingangsdatum van uw aanvraag. Bereken de hoogte van uw beschikbare geldmiddelen op de dag die u als ingangsdatum heeft aangevraagd. Ook als u de bijstandsuitkering met terugwerkende kracht aanvraagt. 

Heeft u effecten of een bankrekening in een vreemde valuta? Dan gebruikt u de slot(wissel)koers van uw effecten en valuta op de dag van aanvraag.