Tip 1
Bouw het drinken uit de fles geleidelijk af door bijvoorbeeld ’s morgens en ’s avonds de fles te geven en tussendoor de beker. Als je melk of sap uit de fles laat drinken, zorg dan dat je kind de fles achter elkaar leeg drinkt. Leg na het drinken de fles weg.
Tip 2
Houd in het begin de beker zelf vast. Laat je kind ook zelf oefenen met een bodempje verdunde yoghurt. Yoghurt loopt niet zo snel uit de beker. Oefenen met water kan ook handig zijn; water geeft geen vlekken en kleeft niet!
Tip 3
Begin direct met een beker zonder tuitje of dekseltje. Je kind leert dan op een juiste manier te drinken met kleine slokjes. Lukt het drinken zonder tuitje niet, gebruik dan een hol dekseltje met een drinkgat of een beker met een tuitje met gaatjes. Gebruik geen anti-lekbeker deze bevordert tandbederf en je kind leert er niet van slikken maar blijft zuigen.
Tip 4
Voorkom zuigflescariës. Dit is een ernstige vorm van tandbederf die je kan voorkomen door op vaste tijdstippen je kind te laten drinken. Drie keer tijdens de maaltijd en twee keer tussendoor. Maak er een gezellig moment van waarbij je de tijd hebt je kind nog even te helpen. Wil je kind vaker drinken geef het dan water of ongezoete thee.
Tip 5
Als je kind nog steeds een sterke zuigbehoefte heeft geef hem/haar dan liever af en toe een platte speen dan een zuigfles.
