‘Ze zijn bezorgd over opa en oma maar niet over zichzelf’

Deel deze pagina
Een ‘boks’ maken, kan niet, De jongerenwerkers Simone Duin en Gijs Heijnis missen dat. “En de jongeren ook”, zeggen ze. De twee zitten in een busje van Meerwaarde. Keurig op 1,5 meter afstand van elkaar. Ze zijn bezig met hun rondje door het uitgestrekte Haarlemmermeer. De beleving van veel jongeren is dat ze minder ‘de doelgroep’ zijn, zeggen de twee jongerenwerkers. “Dat wordt ook zo gecommuniceerd door de overheid. Dat maakt gedragsverandering lastig.”

Sinds de coronacrisis werken de jongerenwerkers van Meerwaarde in koppels. Ze maken hun rondes in nauw overleg met de politie en de gemeentelijke toezichthouders. Door deze samenwerking kunnen ze de polder beter bestrijken.

Wethouder belt

Terwijl Simone en Gijs in het busje zitten, belt wethouder Marjolein Steffens-van de Water (Jeugd). Net als andere leden van het college voert zij telefoongesprekken met ‘sleutelfiguren’ die actief zijn op de beleidsterreinen waarvoor zij verantwoordelijk zijn. “Ik spreek met leidinggevenden, voorzitters, managers en directieleden. Die hebben het meeste overzicht, maar zeker in dit geval wil ik graag het verhaal horen van de mensen in het veld”, aldus de wethouder.

Jongerenwerker Simone maakt een selfie van haarzelf met collega Gijs buiten in een park

Jongerenwerkers Simone Duin en Gijs Heijnis. 

FaceTime en Whatsapp

“Hoe gaat het met jullie?”, wil zij van het koppel weten. Simone Duin en Gijs Heijnis branden los. “Met ons gaat het goed. Dit is natuurlijk wel een rare situatie, een enorme omschakeling ten opzichte van hoe we normaal werken: dichtbij mensen en proactief. Maar In plaats van aan de keukentafel of buiten in gesprek met jongeren, zijn we nu aangewezen op FaceTime en Whatsapp. Een boks zit er nu niet meer in. Dat missen we en zij ook. We merken dat de jongerencentra dicht zijn, we begrijpen ook dat dat nu nodig is. De groepen die er vaak komen missen het wel. We nemen letterlijk wat meer afstand van mensen. Dat heeft direct effect op ons werk. Ergens afspreken, kan alleen buiten. Langskomen en naar binnen stappen voor een kopje thee om zo in gesprek te raken, dát kan niet.”

Bewustwording

Wethouder Steffens vraagt: “Wat is jullie beeld van de bewustwording van jongeren van de coronocrisis?” Simone Duin en Gijs Heijnis: “We geven zelf steeds het goede voorbeeld en houden daarom bij gesprekken met jongeren maar ook met elkaar 1,5m afstand. Er wordt veel buiten gesport. Normaal gesproken doen we wel eens mee maar in plaats daarvan gaan we nu in gesprek. De jongere die het risico onderkent en uitspreekt, versterken we. Zo maken we de groep bewust.”

Niet de doelgroep

De beleving van veel jongeren is dat ze minder ‘de doelgroep’ zijn, zeggen de twee jongerenwerkers. “Dat wordt ook zo gecommuniceerd door de overheid. En dat is wat in hun hoofden blijft zitten. Dat maakt gedragsverandering lastig. Het is nu nog te doen maar het kan straks heel snel veel slechter gaan in Nederland.”

“Wij zien ook veel groepjes volwassenen buiten sporten. Dat is zo’n verkeerd voorbeeld, dan nemen jongeren het ook allemaal niet meer serieus. Bij de  Toolenburgerplas zie je heel veel ‘recreanten’. Maar we zien ook kleine groepjes bij een JongerenOntmoetingsPlek (JOP) die wél netjes afstand van elkaar houden en maar met zijn vieren bij elkaar waren.”

“We spreken nu ook jongere tieners aan, tussen de 10 en 13 jaar. Die zijn veel op straat. Die ervaren de coronacrisis als een soort vakantie. Zij zijn zich er ook echt niet van bewust.”

Op straat en in de wijken

“We zijn nu elke middag en avond op straat, in de wijken. Het is zó druk met jongeren. Dat we er zijn is ook gewoon nodig. In héél Haarlemmermeer. We hebben veel en goed contact met de straatcoaches en wijkagenten zodat we kunnen afwisselen in de wijken, zo zorgen we voor spreiding over het gebied, dan is er meer toezicht en kunnen we beter inspelen op wat er gebeurt. Onze langlopende en behoorlijk intensieve samenwerking werpt hier nu ook z’n vruchten af. Strenger aanspreken in het geval van overlast is de laatste dagen wel méér dan gebruikelijk aan de orde. Er zijn meer meldingen omdat er ook méér mensen thuis zijn. Ze zien  groepjes bij elkaar en maken zich dan zorgen. Er ontstaan ook veel mooie initiatieven. We hopen dat deze zich voortzetten na deze crisis. Mensen willen echt iets terugdoen, die signalen krijgen we ook concreet via mail en telefoon als we telefoondienst hebben bij Meerwaarde.”

Opa’s en oma’s

Hebben jongeren zelf zorgen, wil wethouder Steffens weten. “Sommigen wel, vooral over hun opa’s en oma’s. Maar niet over zichzelf. Wel denken ze na over een lockdown en de gevolgen daarvan.” Waarover zijn jongerenwerkers Simone Duin en Guus Heijnis zelf bezorgd? “Als dit langere tijd gaat duren, blijven jongeren dan de maatregelen volgen, die vraag houdt ons bezig. Samenscholing kan wel een probleem worden, misschien zijn er maatregelen nodig in een noodverordening. We moeten monitoren of jongeren zich meer bewust worden van de problemen die het coronavirus met zich meebrengt en wat we moeten doen als dat niet zo is.”

Gepubliceerd op: 
29 mrt 2020