Voormalige landbouwschool in Hoofddorp

Deel deze pagina
Het gebouw van de voormalige landbouwschool staat al sinds 1921 aan de Julianalaan in Hoofddorp en was een van de drie kanshebbers voor de titel Haarlemmermeers Monument van het jaar 2020, geselecteerd door de Haarlemmermeerse Erfgoedcommissie. Het thema van de verkiezingen van dat jaar was ‘leermonument’.

Het thema ‘leermonument’ verwijst met een knipoog naar ‘leermoment’. Want van ieder monument kun je iets leren. Sommige monumenten hebben of hadden een leerfunctie. Andere monumenten vertellen verhalen uit het verleden: lessen over de geschiedenis en de identiteit van Haarlemmermeer. Cultuurwethouder Marja Ruigrok:

Een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van Haarlemmermeer is dat mensen uit alle windstreken zich hier vestigden. Dat begon met de pioniers, de landarbeiders en agrariërs. Monumenten zoals de historische boerderijen zijn de getuigen die ons daaraan helpen herinneren. Ook de landbouwschool is zo’n leermonument bij uitstek waarin de agrarische oorsprong van onze gemeente is vastgelegd.

De landbouwschool in Hoofddorp

Voormalige landbouwschool. Foto: Margo Oosterveen.

Les in de winter, stage in de zomer

Op 5 oktober 1921 werd de landbouwwinterschool in Haarlemmermeer geopend door de minister van Landbouw. De school aan de Julianalaan was in december 1922 klaar. Het monumentale pand aan de Julianalaan 46 in Hoofddorp is ontworpen door gemeenteopzichter en architect Johan Frederik Roelof Gevers (1983-1945). De school is gebouwd in de Amsterdamse Stijl: erg symmetrisch, vrij sober en zonder veel ornamenten. 
Van begin oktober tot eind maart bevolkten de leerlingen de klaslokalen van de school. Ze volgden lessen in akkerbouw en veehouderij, met veel aandacht voor paarden. Een populaire leraar aan de school was veearts Dirk Zuydam die er maar liefst 32 jaar lesgaf. In het zogenoemde groeiseizoen, gingen de leerlingen op stage. 

Van heinde en verre…

Veel leerlingen uit Haarlemmermeer trok de school niet. De jonge boeren in de polder leerden het vak van hun vaders en opa’s. School was niet nodig. De leerlingen van de Landbouwschool kwamen van heinde en verre, zelfs uit Groningen, Zeeland en van de Zuid-Hollandse eilanden. De reden: het onderwijs was goed en met een christelijke achtergrond. Als het nodig was, regelde het schoolhoofd onderdak voor de leerlingen. 

Ups en downs

Met een terugloop van leerlingen aan het begin van de crisis in 1929 en een opleving tot en met de oorlogsjaren bewees de school nog steeds zijn bestaansrecht. De mechanisatie zorgde ervoor dat de school zich moest aanpassen. Er was behoefte aan een grote werktuigenhal en er moest een kantine komen. Vanaf 1971 verdween de karakteristieke ‘winterschool’ en ging de school verder als Christelijke Middelbare Landbouwschool. Kort daarna, in 1974 volgde een voor het voortbestaan noodzakelijke fusie met de tuinbouwschool in Aalsmeer. Hiermee verdween het christelijke karakter. In 1991 viel het doek voor de landbouwschool.  

Miljoenenlaantje

De Julianalaan waar de school stond, kreeg de naam ‘miljoenenlaantje’, omdat er op een bepaald moment de burgemeester, de gemeentesecretaris, de schooldirecteur en een notaris woonden.

Kinderopvang

Na het stoppen als landbouwschool volgde een langdurige verbouwing waarbij nagenoeg de oorspronkelijke vorm van de school is teruggebracht. De functie veranderde wel: in 1997 werd het een kantoor. Sinds 2 september 2019 doet het pand dienst als kinderopvang. De tweede Hoofddorpse vestiging van Kindergarden vangt hier maximaal 72 kinderen op van 0 tot 4 jaar. Er zijn aanpassingen aan het pand gedaan. Barbara Dirks, architect bij Knevel Architecten, begeleidde de laatste verbouwing tot kinderdagverblijf.

Bij een eerdere verbouwing in 1997 kreeg het pand de oorspronkelijke vorm van begin vorige eeuw terug. De uitbreiding van de school aan de achterzijde is bij die verbouwing gesloopt. En het metselwerk is hersteld. De laatste verbouwing was puur functioneel vanuit de kinderopvang. Zo was het noodzakelijk om een tweede vluchtroute toe te voegen. In nauwe samenwerking met Monumentenzorg hebben we gekozen voor een trap in de achtertuin die niet aan het gebouw is vastgezet, maar zo’n vijf meter ervan af staat. De trap is met het gebouw verbonden via een brug, zodat het niet visueel de originele vorm in de weg zit. Een trap letterlijk voor dit pand past niet bij zo’n monumentaal gebouw. Dat was zonde. In de zijgevel zijn twee ramen vergroot tot openslaande deuren, die eruitzien als schooldeuren.

Binnen zijn alle oude, monumentale stijlkenmerken behouden gebleven. Barbara: “De monumentale hal en de trap, de vloertegels, lambrisering en deuren zijn origineel. Ook aan de indeling is niets veranderd, al zijn er wel wat scheidingswanden toegevoegd om de oude klaslokalen op te delen in kleinere (slaap)ruimtes.”
Buiten, waar vroeger de auto’s parkeerden, is nu een tuin voor baby’s, dreumesen en peuters. 

Gepubliceerd op: 
21 jul 2021