Vijf generaties doorleven 'de Olmenhorst'

Deel deze pagina
Van verre weten mensen landgoed de Olmenhorst in Lisserbroek te vinden. Zeker in het najaar als manden vol appels en peren worden geplukt. De plek hééft iets. Wat precies is ongrijpbaar. Duidelijk is wel dat de eigenzinnige vijf generaties De Clercq, die het landgoed sinds de drooglegging van de Haarlemmermeerpolder bestieren, hierin een belangrijke rol spelen.

Het verhaal van de Olmenhorst begint bij Stephanus de Clercq. Hij was de zoon van Willem de Clercq, een literair man die een belangrijke rol speelde in de Nederlandse economie. Hij groeit op aan de Amsterdamse Keizersgracht. De economie zit in het slop. Stephanus wil Nederland er weer bovenop helpen en denkt dat landbouw hierin een belangrijke rol speelt. Nadat het Haarlemmermeer is drooggelegd, koopt Stephanus in 1854 zestig hectare grond, in de hoek van de huidige IJ-weg en Lisserweg. Waar de meeste eigenaren de gronden als belegging kopen en verpachten, neemt Stephanus zelf de leiding en stelt een zetbaas (bedrijfsleider) aan. Twintig jaar steekt hij er veel tijd en energie in om de landbouw naar een hoger plan te tillen. Dat hij als één van de weinige in Nederland een stoomdorsmachines bezit, is een voorbeeld van zijn innovatieve insteek. Ook importeert hij een nieuw type vogelmest uit Zuid-Amerika (peru-guano), zit in verschillende landelijke landbouworganisaties en deelt in de media zijn opgedane kennis van nieuwe landbouwtechnieken. Ondanks zijn vooruitstrevende manier van boeren, is de opbrengst van de geteelde aardappelen, suikerbieten, erwten en granen, onvoldoende. Stephanus gaat daarom ook aan de slag als directeur van de Kanaalmaatschappij, verantwoordelijk voor de aanleg van het Noordzeekanaal, en als dijkgraaf van Rijnland, het grootste waterschap in Nederland.

De eerste drie generaties

De eerste drie generaties, in de tuin van het woonhuis aan het Rapenburg in Leiden, 1880.  Foto: de Olmenhorst

Met het koetsje

Opgeslokt door zijn bestuurlijke activiteiten draagt Stephanus het beheer over aan zijn zoon Johan, maar die overlijdt op jonge leeftijd. Zijn broer Willem, die als rentmeester verantwoordelijk is voor boerderijen in de Spaarndammerpolder, neemt het beheer van het landgoed erbij. In 1894 wordt de huidige boerderij gebouwd, waar de zetbaas met zijn gezin woont en twee kleine arbeiderswoningen. Langs de oprijlaan worden iepen geplant. Aan deze bomen, bekend als olmen, dankt het landgoed haar naam: Olmenhorst. Willem zelf woont in Santpoort-Zuid, van waaruit hij zijn taken als beheerder voor de boerderijen in de Spaarndammerpolder uitvoert. Met de tilbury, een open rijtuig, reist hij naar Haarlemmermeer om toe te zien om de activiteiten op de Olmenhorst.

Stephen Willem de Clercq met zijn kinderen in boomgaard

Stephen Willem de Clercq met zijn kinderen in boomgaard I: van links naar rechts Liesbeth, Govert, Feyna en Rob, 1913. Foto: de Olmenhorst

Flierefluiter blijkt cruciaal

Hoewel het bedrijf geen goudmijn is, hoeft niet elke vierkante meter van het land opbrengst te hebben. Willem kiest ervoor om een fruitboomgaard met hoogstam appelbomen aan te leggen. Zijn gezondheid is zwak, maar zijn zoon Stephen Willem, dan nog jong en type flierefluiter, heeft geen ambitie om in de voetsporen van zijn vader te treden. Op aandringen van zijn ooms; ‘je vader heeft je hulp nodig, er is een traditie’, besluit hij er tóch voor te gaan. In Wageningen, waar hij studeert, krijgt hij les van professor Sprenger. Dat is een pionier en internationaal bekend om zijn kennis van de moderne fruitteelttechnieken. Terugkijkend blijkt de derde generatie De Clercq van cruciaal belang voor de fruitteelt. Een andere belangrijke factor is het huwelijk van Stephen Willem met Anne Marie Stoop. Haar vader is een vermogend mijnbouwingenieur en mede door haar erfenis kan de Olmenhorst blijven voortbestaan.

Stephen Willem de Clercq en Anne Marie Stoop met hun kinderen, v.l.n.r. Rob, Feyna, Liesbeth, Adriaan en Govert, in het zitje van het groene huis, 1914. Stephen Willem de Clercq was van 1921 tot 1929 Dijkgraaf. Dat was een voorname functie. Hij hield kant

Stephen Willem de Clercq en Anne Marie Stoop met hun kinderen, van links naar rechts: Rob, Feyna, Liesbeth, Adriaan en Govert, in het zitje van het groene huis, 1914.
Stephen Willem was van 1921 tot 1929 dijkgraaf van de Haarlemmermeerpolder, een voorname functie. Hij hield kantoor in het Polderhuis dat nu nog midden in Hoofddorp te vinden is. Foto: de Olmenhorst

Artisjok flopt, fruitteelt floreert

Daarnaast gaat voor het eerst een generatie De Clercq op het landgoed wonen. In 1906 wordt de groene houten villa gebouwd, een aantal jaren later wordt een grote moestuin aangelegd met een beschuttende tuinmuur waarin een theeprieel ligt. Dat zijn dingen die op geen enkele andere boerderij in Haarlemmermeer te vinden zijn. Ook nu hoeft niet elke meter grond van economische waarde te zijn, wel draagt het bij aan de sfeer en karakter van de Olmenhorst. De oude appelboomgaard, geplant door de tweede generatie De Clercqs, ligt er verwilderd bij. Stephen Willem neemt een belangrijk besluit. Hij plant meerdere fruitboomgaarden aan en vervangt de hoogstam appelbomen door perenbomen die twee keer zo oud kunnen worden. Naast de akkerbouw teelt hij ook andere fruitsoorten, zoals aardbeien en introduceert hij de artisjok, een tot dan toe onbekende plant in Nederland. Als voedsel blijkt de artisjok geen succes, enkel een bescheiden succesje als sierplant.

Dorsen op de Olmenhorst

Dorsen op de Olmenhorst. Foto: de Olmenhorst

Vierde generatie

Stephen Willem stelt een bedrijfsleider aan, specifiek voor de fruitteelt en voert, in samenwerking met de Landbouwhogeschool Wageningen, technische verbeteringen door waardoor steeds betere resultaten worden behaald. Zijn oudste zoon Rob is zijn gedroomde opvolger, maar deze overlijdt onverwacht aan een hersenvliesontsteking. Zijn middelste zoon Govert is na zijn studie koloniale landbouw naar Indië vertrokken waar hij als planter op verschillende plantages op Java werkt. Gesneden uit avontuurlijk hout ziet Govert geen toekomst voor zichzelf op de Olmenhorst. Maar als hij eind jaren dertig als bijna gescheiden man terugreist naar Nederland en zijn vader overlijdt, heeft De Olmenhorst geen aansturing. Zo wordt Govert de vierde generatie. 

De oogst wordt binnengehaald

De oogst wordt binnengehaald. Foto: de Olmenhorst

Uitvalsbasis voor het verzet 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de Olmenhorst het hoofdkwartier van de Binnenlandse Strijdkrachten in Haarlemmermeer. De wapens die de geallieerden ’s nachts droppen, worden opgeslagen in de schuren. Het verzet gebruikt de schuren ook als oefenruimte om te leren schieten. Eind van de oorlog redden groente en fruit van de Olmenhorst, via de distributiekanalen van het verzet, mensenlevens. Na de oorlog, als Govert een torenhoge schuld aan de Belastingdienst moet betalen, ontwikkelt hij op basis van zijn ervaring een modern distributiesysteem. Door heel Nederland kunnen mensen abonnementen afsluiten en krijgen elke week of maand vers fruit thuisbezorgd. Zijn expansiedrift zorgt dat ook Nederlandse ambassades over de hele wereld worden voorzien van Olmenhorst producten. Daarnaast start Govert twee handelsbedrijven, gevestigd op sjieke adressen in Den Haag en Amsterdam. Hij handelt in de meest uiteenlopende producten van Surinaamse rijst tot vulpendoppen voor de Pakistaanse markt. Immers, als een pen uit het borstzakje van het overhemd steekt, wordt de indruk gewekt dat iemand kan lezen en schrijven, wat veelal nog niet het geval is.

Het groene huis gezien vanaf het weiland

Het groene huis gezien vanaf het weiland. Foto: de Olmenhorst

Paradijsvogels strijken neer

Naarmate de economie in Nederland zich herstelt, levert de wereldwijde handel steeds minder op en besluit Govert de dagelijkse aansturing van de Olmenhorst weer op zich te nemen. Als zestiger wordt zijn wereld kleiner, dus draait hij de zaken om en haalt de buitenwereld naar de Olmenhorst. In de jaren ’70 en ‘80 biedt hij jonge mensen zoals een documentairemaker en een vooruitstrevende ornitholoog een plek op de Olmenhorst. Met het creëren van een ontmoetingsplek voor kunstenaars en intellectuelen prikkelt hij niet alleen zijn eigen behoefte naar avontuur, maar draagt hij ook bij aan het wat tegenwoordig liefkozend ‘de Olmenhorst-familie’ wordt genoemd. De ateliers die ontstaan, hebben geen functie in de fruitteelt, maar dragen bij aan ‘de Olmenhorst-sfeer’. 

De Olmenhorst vanuit de lucht gezien. 1946

De Olmenhorst vanuit de lucht gezien in 1948. Foto: de Olmenhorst

Durf te kiezen

De vrijheid om een eigen draai aan dingen te geven en daar plezier uit te halen is misschien ook wat de vijfde generatie De Clercq typeert. Toch hangt het er, na het overlijden van Govert in 1989, om of het bedrijf wordt voortgezet. Florian, zijn vierde zoon, besluit uiteindelijk na zijn niet afgeronde studies psychologie, filosofie en geneeskunde, dat een goede boer net zo wezenlijk is als een goede arts. Hij durft te kiezen en richt zich alleen op de fruitteelt. Een crisis in de sector in de jaren negentig is aanleiding om om te schakelen naar 100 procent biologische teelt. Net als zijn vader, maar dan vanuit de recreatieve insteek, besluit Florian de wereld naar de Olmenhorst te halen. Landelijk wordt het landgoed bekend als ambassadeur van de actie ‘adopteer een appelboom’ waardoor het zelf plukken door bezoekers populair wordt. Er komt horeca, een paar winkeltjes en diverse locaties worden verhuurd voor uiteenlopende evenementen.

De Olmenhorst in 2005

De Olmenhorst in 2005. Foto: Kees van der Veer

Central Park van Lisserbroek?!

Geen enkele keer is het treden in de familiesporen een automatische keuze geweest. Meermaals heeft het voortbestaan van de Olmenhorst aan een zijden draadje gehangen. Financieel gezien was stoppen logisch, maar elke keer weer leidde de weg van elke nieuwe generatie naar de Olmenhorst. Misschien wel daarom is het geworden tot wat het nu is: een plek waar wordt geleefd, gewerkt en geplukt. Een plek met een ziel. De ontwikkelingen staan niet stil. Ook in Lisserbroek is er behoefte aan woningen. De Olmenhorst speelt een rol in deze ambities. Tegelijkertijd blijft de behoefte aan natuur bestaan. Wie weet, is de Olmenhorst over dertig jaar het Central Park van Lisserbroek, maar wel met behoud van de eigen identiteit. Dat is zeker.

Dit artikel is gebaseerd op historische documenten en een interview met Daan de Clercq.
 

Gepubliceerd op: 
3 dec 2020