Het verhaal achter de crash

Deel deze pagina
Publicatiedatum: 
woensdag 02-05-2018
Wie stapten tijdens de Tweede Wereldoorlog in die bommenwerpers? Wat zijn de verhalen achter de neergestorte toestellen in Haarlemmermeer? Dat achterhalen, is wat Jan Springintveld drijft. Al zevenentwintig jaar is hij als vrijwilliger actief bij het CRASH Luchtoorlog en Verzetsmuseum ’40-’45. Het museum ligt aan de Aalsmeerderdijk en is gevestigd in het Fort bij Aalsmeer.

De toegang naar het museum staat met een bescheiden bord langs de kant van de Ringdijk aangegeven. Het fort, waar het museum sinds 2008 haar onderkomen heeft, ligt een stukje van de doorgaande weg af. Het langgerekte hoofdgebouw biedt onderdak aan een veelheid van oorlogsmaterialen, het merendeel afkomstig uit Haarlemmermeer. Alles houdt verband met de oorlog die in de lucht werd uitgevoerd en het verzet dat op de grond plaats vond.

De oorlog ligt in de grond

Jan Springintveld vertelt dat sinds de oprichting van de Stichting in 1991 dertig toestellen geborgen zijn. Ook andere spullen zijn in de loop der jaren uit het polderland gegraven zoals wapens.

"Een paar jaar geleden is tijdens het uitdiepen van de Ringvaart nog een Brits geweer gevonden. De werklui schakelden de politie in die de resten bij het museum bracht. Wij hebben het wapen volledig gereviseerd. De betrokken agenten zijn later nog langsgekomen en waren verbaasd over het resultaat: ‘Komt dit uit de kluit die is opgedregd?"

Jan Springintveld in Crash luchtoorlog- en verzetsmuseum

Vliegtuigmotoren, onderscheidingen, logboeken, Jan Springintveld ziet het allemaal voorbij komen. Foto: Jur Engelchor
 

‘Briefkaart eerste rang’

Binnen in het fort ziet een onwetende bezoeker kapotgeslagen vliegtuigmotoren, oude foto’s, logboeken met vluchtgegevens en onderscheidingen, maar het verhaal achter deze spullen komt pas tot leven als er over wordt verteld. Jan Springintveld is naast bestuurssecretaris ook verwoed onderzoeker.

"Een club van zo’n 30 vrijwilligers waar het museum op draait, heeft tot doel de namen van neergestorte vliegers een gezicht te geven en hun verhalen tot leven te brengen.” Er worden archieven doorgespit, gesproken met nabestaanden, direct betrokkenen en soms met overlevenden zelf. Zelf noemt Springintveld het resultaat van hun speuren en graven in het verleden ‘een briefkaart eerste rang’. “Zonder de angst en narigheid van die oorlogsjaren, kom je heel dichtbij en wordt de geschiedenis tastbaar."

Geboorte van interesse

De interesse van Springintveld voor de luchtoorlog werd geprikkeld door verhalen van zijn vader. Die groeide op aan de rand van de Haarlemmermeerpolder. Hij was acht toen de oorlog uitbrak en zag de gevechtsvliegtuigen overkomen.

"Hij zag hoe toestellen uit de lucht werden geschoten en piloten zich met parachutes in veiligheid probeerden te brengen. Het beeld van de 200 Amerikaanse bommenwerpers die eind 1943 bommen van 1000 pond lieten vallen op Schiphol stond op zijn netvlies gegrift. Stel je voor: het geluid dat dit gaf en de honderden condensatiestrepen die de bommenwerpers achterlieten in de lucht!" 

Net als zijn vader wilde Springintveld begrijpen wat die piloten bewoog. Hij lacht:

"Toch heeft onderzoek mij vooral geleerd dat iets wat logisch is, niet logisch hoeft te zijn. En andersom."

Toeval leidt tot unieke vondst

Een bijzonder verhaal is dat van sergeant-vlieger Koos Roos. Op 11 mei 1940 werd de Fokker waarmee hij vloog uit de lucht geschoten. Koos wist zich met een parachute in veiligheid te brengen.

"Er schuilt een heel verhaal achter deze ene zin. Plaats het allereerst in de tijd van toen. Nederland heeft slechts vier dagen oorlog gevoerd, voordat zij op 14 mei 1940 capituleerde. Ook bestond het arsenaal gevechtsvliegtuigen slechts uit een beperkt aantal toestellen." 

Springintveld vertelt hoe hij in 1993 samen met zijn vader op weg was naar Nieuwkoop. Hij deed voor het museum onderzoek naar een Duits vliegtuig dat daar in oorlogstijd zou zijn neergestort. Vader Springintveld was mee, omdat hij meer wilde weten over een neergestorte straaljager op een boerderij in 1959. Ze belden aan bij de boer en hoorden wat er met de straaljager was gebeurd.

"Tussen neus en lippen door vertelde deze man ook dat er verderop in het weiland nog resten van een ander toestel lagen dat in de mei dagen van 1940 was neergekomen."

Het verhaal van Koos Roos

Springintveld staat in de grootste tentoonstellingsruimte van het fort naast een deel van de gereconstrueerde Fokker die naar aanleiding van de tip van de boer werd gevonden.

"Het bleek een Nederlandse gevechtsvliegtuig te zijn. Tot op heden is dit het enige Nederlandse toestel dat ooit is teruggevonden." 

Hij wijst op een kist gevuld met brokken verwrongen metaal.

"Dit is wat we vonden tijdens de berging. De propeller en de motor waren nog het meest herkenbaar." 

Wat deze machine heeft meegemaakt wordt duidelijk als Springintveld verder vertelt.

"Koos Roos raakte in gevecht met drie Duitse Messerschmitt’s. In de hoop zich via een parachutesprong in veiligheid te brengen, klapte hij de koepel van de cockpit open. Deze schoot los en raakte precies het eerste Duitse vliegtuig. Vervolgens stuurde Roos zijn toestel een wolk in om zich te herpakken. Toen hij eruit kwam, schoot hij op de staart van het tweede toestel. Even dacht hij een kans te maken, maar de derde Duitse jager opende flink het vuur en doorzeefde zijn toestel. Roos werd getroffen en raakte buiten bewustzijn waardoor zijn lichaam opzij gleed en tegen het roerpedaal drukte. Het toestel rolde om en Roos, die niet meer vast zat, buitelde eruit. Door de koude lucht kwam hij net op tijd bij zijn positieven en kon zijn parachute openen."

Jan Springintveld bij een vliegtuigpropeller

Foto: Jur Engelchor
 

Rebel als drijvende kracht

Het Luchtoorlog en Verzetsmuseum begon ooit in een koetshuis op het terrein van een goedwillende boer van boerderij Vondel’s Landleeuw in Abbenes. Springintveld wijst op een motor van een Vickers Wellington.

"In 1987 kreeg museum-oprichter Henk Rebel, die 8-jaar oud was toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, een tip van een vriend. Op het terrein van een tuinderij in Badhoevedorp zouden de resten van een Britse bommenwerper in de grond liggen."

De berging en het daaropvolgende onderzoek leidde vier jaar later tot de eerste expositie waar alle bevindingen werden tentoongesteld.
Springintveld lacht.

"Dit leidde tot een stormvloed aan tips van mensen over plekken waar mogelijk andere toestellen waren neergestort en het onderzoek naar al die verhalen is nooit meer gestopt."

Verborgen in Amsterdamse grachtenkelder

Dat verhalen soms voor het oprapen liggen, blijkt uit het voorbeeld dat Springintveld aanhaalt als hij in de loods staat waar een volledig gereconstrueerde Spitfire wordt tentoongesteld. Hij wijst naar vier enorme motoren die langs de wand van de hal staan opgesteld.

"Weet je hoe deze hier terecht zijn gekomen? Doordat een bezoeker een praatje aanknoopte met een vrijwilliger. De man vertelde dat hij de motoren van een Amerikaans gevechtsvliegtuig in zijn Amsterdamse kelder had liggen. Als engineer bij KLM had hij deze in Zwitserland gevonden." 

Het verhaal achter deze B-17 wist Springintveld te ontrafelen. Hij begon bij het nummer op de motor wat hem naar Engeland leidde. In een Brits tijdschrift las hij dat de bommenwerper in het zuiden van Duitsland een munitiefabriek moest treffen.

"Onderweg is het heftig aangevallen door Duitse gevechtsvliegtuigen en raakte beschadigd. Terugkeren naar Engeland was niet mogelijk. De piloot, Bob Meyer zag kans over de Alpen te komen." 

Meyer besloot te landen op de Zugersee. Het toestel zou echter direct zinken doordat de neus eraf was geschoten. Behalve Meyer konden alle inzittenden zich via parachutes in veiligheid brengen. Een bemanningslid werd doodgeschoten terwijl hij aan zijn parachute naar beneden kwam. De Zwitserse soldaat dacht aan een inval door Duitse parachutisten.

“Zodra het toestel het water raakte, had Meyer geluk. Vanwege een defect raam zat hij noodgedwongen op de stoel van de copiloot. Daardoor hoefde hij niet over de gashendel te kruipen, kon hij uitstappen en zich via de vleugel in veiligheid brengen." 

Springintveld vindt het mooi dat de man de drie motoren heeft willen overdragen aan het museum.

"Wij hebben alle bemanningsleden kunnen vertellen wat er is gebeurd met hun gecrashte toestel en hebben hen zelfs een stukje van het vliegtuig kunnen toesturen."

'Wij vochten tegen de oorlog'

Vaak vertellen documenten uit archieven de verhalen, maar een enkele keer treft Springintveld een overlevende die zijn betrokkenheid bij de oorlog persoonlijk kan toelichten.

"Oud-navigator Cy Grant vertelde dit in één zin: 'Wij voerden geen oorlog. Wij vochten juist tegen de oorlog!'." 

Grant, afkomstig uit een Britse kolonie uit het Caribisch gebied, was toentertijd een opvallende verschijning met zijn donkere huidskleur. Hij was één van de bemanningsleden van de Britse Lancaster die op de terugweg boven Nieuw-Vennep werd neergeschoten door Duitse nachtjagers. Het toestel ontplofte in de lucht. Grant wist zich via een parachute in veiligheid te brengen.

"Normaal gesproken werden geallieerde vliegers als boerenknecht gekleed om hen zo in veiligheid te brengen. Grant realiseerde zich dat een boerenkiel hem niet zou helpen. Vanwege zijn huidskleur bleef hij een bezienswaardigheid." 

Grant werd krijgsgevangen genomen en verbleef de rest van de oorlog in een krijgsgevangenkamp in Duitsland, maar overleefde de oorlog.

Ervaar het zelf

Springintveld blijft vertellen. Ook over het verzet in Haarlemmermeer en de rol die oud-verzetsman en later burgemeester van Hoofddorp Cor van Stam heeft betekent voor veel ondergedoken mensen. Hij wijst op een goudkleurige verlovingsjurk, gemaakt van parachutestof die afkomstig is van de vrouwelijke geheimagente Jos Gemmeke.

"Het tastbaar maken van geschiedenis blijft mooi. Vorig jaar was er een jongen die zijn spreekbeurt in het museum wilde geven. De kinderen uit zijn klas vonden het geweldig en kregen daarna nog een rondleiding door het museum." 

Staand bij de uitgang van het museum kijkt Springintveld uit over het fortterrein.

"In september organiseren we voor de zeventiende keer de Red Ball Express. Zo’n vijftig authentieke voertuigen uit de Tweede Wereldoorlog rijden tijdens dit evenement langs historische plekken in Haarlemmermeer. Onderweg wordt verteld wat zich heeft afgespeeld, waar verzet is gepleegd, vliegtuigen zijn neergestort of mensen zijn gefusilleerd. Leren niet te vergeten en niet vergeten te leren, daar draait het om.”

Museum bezoeken?

Het museum is elke zaterdag tussen 11.00 en 16.00 uur te bezoeken. Entree voor volwassen: € 3,50 en voor kinderen tussen 6-12 jaar: €1,50. Voor donateurs, veteranen en kinderen tot 6 jaar is de toegang gratis. Rondleidingen zijn gratis. Groepen en scholen kunnen ook op andere dagen op afspraak terecht in het museum.

Het museum is niet geopend op 4 mei. De dodenherdenking begint op 4 mei vanaf 19.00 uur bij het ‘Missing Man Salute’-monument op het terrein van het museum.

Verhalen delen?

De Ringvaart rond de Haarlemmermeerpolder is ruim 60 kilometer lang en nog met de schep uitgegraven. Inmiddels is de polder alweer 165 jaar droog en wonen, werken en recreëren veel mensen op en aan de Ringvaart en Ringdijk. De gemeente is benieuwd naar alle verhalen hierover en nodigt iedereen uit zijn of haar verhaal te delen. Ook foto’s en filmpjes zijn welkom. Delen kan via verhalen@haarlemmermeer.nl, 0900 1852 of via de Facebookpagina van Gemeente Haarlemmermeer