Generaties hebben leren zwemmen naast de pont van ome Piet

Deel deze pagina
Hemelsbreed legt het fiets- en voetgangerspontje ‘Ome Piet’ zo’n 40 meter af over de Ringvaart. Van de Nieuwemeerdijk ter hoogte van nummer 337 naar het Amsterdamse Bos aan de overzijde, op een steenworp afstand van de pannenkoekenboerderij. De dag voor Pasen opende het negende vaarseizoen. Het pontje kent een lange geschiedenis. Vrijwilligers annex pontbazen Erik Hoogenboom en Martin Brekelmans vertellen over het pontje en hoe zij het nieuw leven inbliezen.

Erik Hoogenboom woont zo’n dertig jaar ‘op de dijk’ in buurtschap Nieuwe Meer, naast Badhoevedorp. Zijn buurman Martin Brekelmans al meer dan vijftig jaar. Op een zomerse avond in 2009 tijdens een gezellige burenbarbecue ontstaat het plan om ‘het pontje’ weer leven in te blazen. “Aan de overkant ligt het prachtige Amsterdamse Bos. We kunnen er alleen zo lastig komen. Je moet zo’n drie kilometer omfietsen, terwijl je er over het water in twee minuten bent.”

Het pontje op de Ringvaart, foto Danny de  Casembroot

Het pontje onderweg naar het Amsterdamse Bos, foto Danny de Casembroot

Olympische roeien op Ringvaart

Ooit voeren er twee ponten ter hoogte van de ingang naar het Nieuwe Meer; een kabelpont en een roeiboot. Erik Hoogenboom: “De kabelpont heeft de langste historie. Vanaf 1905 verbond deze pont de Ringdijk met het Jaagpad aan de overkant. De pontbaas trok met een houten blok over een staalkabel de pont van de ene kant naar de andere kant. Tegenwoordig is het Nieuwemeer een flinke waterplas, maar dik honderd jaar geleden was het grotendeels land en liep er een jaagpad waarover trekpaarden zeilboten van en naar Amsterdam voorttrokken. Dankzij de kabelpont konden de trekpaarden naar de overkant om hun pad langs de Ringvaart te vervolgen. Tijdens de Olympische Spelen in 1928 roeiden ze niet alleen op de Bosbaan, maar ook op de Ringvaart. Toen al was de pontverbinding belangrijk voor de coaches van de roeiteams.” Na het uitdiepen en verbreden van het Nieuwe Meer voor zandwinning voor woningbouw in Amsterdam-West en aanleg van de A10 is het jaagpad grotendeels verdwenen. “Dat het pontje belangrijk was, bleek wel uit de oorkonde die Meindert Eilander in 1928 ontving van de gemeente Haarlemmermeer voor 25-jaar trouwe dienst als pontbaas.”

Ome Piet Eilander

De roeibootverbinding kwam tot stand rond 1930. Het huidige Amsterdamse Bos, toen bekend als werkverschaffingsproject “Bosplan”, werd aangelegd. Mensen uit de Haarlemmermeerpolder die er werkten, werden met twee roeiboten overgezet. “Er zijn meerdere pontbazen geweest, maar ome Piet Eilander was het meest bekend. Hij was een man zonder kinderen en woonde ter hoogte van de Koekoekslaan, een zijstraatje van de Nieuwemeerdijk. Vanaf dat punt bediende hij de kabelpont en ter hoogte van nummer 334 zette hij dagjesmensen over naar het Amsterdamse Bos en terug. Veel buurtkinderen waren gek op hem. Generaties hebben leren zwemmen in de Ringvaart, naast de pont van ome Piet.” Begin jaren zestig is de kabelpont gestopt met varen. De gemotoriseerde scheepvaart nam toe en de kabel belemmerde de vaarweg en de route over het jaagpad was verdwenen. 

De pipowagen, foto Danny Casembroot

De pipowagen, foto Danny de Casembroot

Kanariegeel

Het vaarseizoen van het kanariegele pontje loopt van half april tot half oktober. Erik en Martin zetten dan (alleen in het weekend) fietsers en voetgangers over tegen een kleine bijdrage. De zijkanten van het veerpontje zijn bedekt met reclame-uitingen van lokale ondernemers. “Dankzij deze sponsors kan het pontje varen. Het project wordt volledig gedraaid door vrijwilligers”, vertelt Erik terwijl hij naast Martin gaat zitten in de schaduw van hun pipowagen. Die markeert de opstapplaats aan de Nieuwemeerdijk. Beide heren vallen op door de neon strepen op hun ‘pontbazen-polo’. Een man op een racefiets stopt vlak naast Martin. Driftig begint hij de zakken van zijn shirt te doorzoeken. Scheepsmaatje annex hulpstuurman Devie (9) springt op van zijn tuinstoel en begint de touwen waarmee het pontje vastligt aan de kade alvast los te maken. “Ik heb niks bij me!” merkt de racefietser licht verontrust op.

“Geen probleem, dat komt wel een andere keer. Houdt u uw fiets goed vast?”

Terwijl Erik controleert of de oprijdplank stevig vastzit, staat Martin al achter het roer en gooit Devie de laatste tros los. Een tel later klinkt een zacht gepruttel en zet het pontje koers naar de overkant.

Vrijwilligersinitiatief

Erik kijkt naar de wapperende vlaggen in de mast van het pontje en steekt zijn hand op naar een passerend sloepje. “Ik ben al jaren actief bij de buurtvereniging van Nieuwe Meer. Nadat ons pont-plan was geboren, keken we op internet of we iets konden kopen. Dat bleek lastig. Tot we bij Oude Meer, richting Aalsmeer waar veel eilandjes zijn, waren. Daar zagen we op verschillende plekken pontjes. Navraag bracht ons bij een jachtwerf aan de andere kant van de Ringvaart. Die had een pontje gebouwd met precies de afmeting en vorm die wij in gedachte hadden.” Martin werkten het technische plan uit en Erik dienden een subsidieverzoek in bij de gemeente Haarlemmermeer. “Uit het wijkbudget kregen we een startsubsidie. In combinatie met de sponsoring die we zelf hadden geregeld en de betrokkenheid van lokale ondernemers, konden we de pont laten bouwen.”

Sociaal knooppuntje

25 april 2011 was de eerste vaardag van de pont. “Het plan was om een bord met mobiel nummer op te hangen, zodat mensen ons konden bellen als ze over wilden. In de praktijk is dat nooit gebeurd. Het eerste seizoen zaten we al rond de 3.000 overtochten, gemiddeld zo’n 100 per dag.” Negen jaar later noemt Erik hun pontactiviteiten ‘een hobby die geen geld kost’. Wel geeft hij toe dat het zonder betrokkenheid van hun echtgenotes onmogelijk zou zijn geweest om het plan te realiseren. “Een half jaar lang zitten wij elk weekend hier. Inmiddels hebben we soms hulp van mijn zoon Rick, Martins kleinzoon Dennis en hun vriend Lasse. Twintigers die weten hoe er gevaren moet worden en ons kunnen vervangen als het nodig is.” De sociale contacten zorgen dat Erik en Martin nog steeds met plezier als pontbazen actief zijn. “Mensen uit de buurt komen vaak even langs voor een praatje. Buurtschap Nieuwe Meer is een lintbebouwing. Ik zeg weleens: ‘als je aan het begin van de Nieuwemeerdijk een bloedneus hebt, ben je aan het eind van de dijk dood.’ In andere buurten en dorpen heb je dat niet, omdat daar kruiscontacten zijn met over- en achterbuurman.

Eigenlijk zijn wij een soort sociaal knooppuntje in de buurt. We noemen onze pipowagen soms weleens gekscherend ‘praathuisje’.”

Gouden ervaringen

Hoewel het pontje mensen van A naar B brengt, vindt Erik het toch anders dan een gewone busverbinding. “Die horen vaak ‘je bent te laat’ of ‘de vorige reed net voor mijn neus weg’. Terwijl de mensen die wij overzetten eigenlijk altijd vrolijk zijn. Ze zijn vrij en gaan vaak iets leuks doen.” Inmiddels is Erik zelf aan boord gestapt en koerst af op de aanlegplaats die toegang geeft tot het Amsterdamse Bos. “Vijftig meter verderop ligt de pannenkoekenboerderij en je loopt ook zo naar de Geitenboerderij. Als kinderen vertellen dat ze zagen hoe een hertje werd geboren of dat ze een geitje de fles hebben mogen geven, denk ik: ‘dit is toch goud waard?! Benieuwd wat voor verhalen dat op school oplevert!’ Oudere mensen die slecht ter been zijn, zijn ook blij met de pont. Aan de kant van het Amsterdamse bos moeten ze hun auto bij de roeibaan parkeren. Vanaf daar is het nog een flink stuk lopen. Bij ons zetten ze hun auto vlakbij de pont en eenmaal over lopen ze in vijftig meter naar de pannenkoekenboerderij!”

Plons

Een ervaring die Erik nog goed bijstaat, gebeurde vorig jaar. “Terwijl een man op de pont wachtte, zakte hij naast zijn fiets in elkaar. Zijn zus was bij hem en begon meteen met reanimeren. In vliegende vaart heb ik de AED gehaald, die bij het buurthuis hangt en wij met hulp van wat gemeentesubsidie hebben kunnen aanschaffen. Gelukkig heb ik het aan de buitenkant laten hangen, zodat iedereen er altijd bij kan als het nodig is. Het is goed afgelopen. Drie weken later stond de man weer met zijn fiets aan de hand bij de pont om over te steken.” Een van de leukste verhalen vindt Erik nog steeds die van de hardloper. “Er stonden twee dames aan de overkant te wachten om over te gaan met hun fiets. Terwijl ik kom aanvaren, nadert er ook een hardloper. Ik leg aan en zie hoe de man droogloopt naast de dames zodat hij warm blijft. Even later hoor ik de dames tegen elkaar praten hoe leuk het toch is dat ze voor 50 cent over kunnen. De hardloper reageert met ‘verrek, ik heb geen geld bij me!’ en duikt zó het water in en zwemt naar de overkant. Even zijn de twee vrouwen sprakeloos en zeggen dan tegen mij: ‘maar wij hadden best voor hem willen betalen!’ Martin en ik hebben ze even in de waan gelaten en pas toen gezegd dat de hardloper van ons ook best gratis had over gemogen, maar dat hij traint voor een triatlon en dus vaker zwemt!”


Erik en Martin, foto: Danny de Casembroot

Erik (links) en Martin, foto: Danny de Casembroot 

Buurman en Buurman

Regelmatig krijgen Erik en Martin de vraag of ze niet even een rondje over het Nieuwemeer kunnen varen. “Daar is het pontje niet voor bedoeld, maar het bracht ons wel op een idee. Al speurend op internet vonden we een perfect bootje; een Gondoletta. Zo’n bootje uit de Efteling met een luifeltje erboven. De man die het bootje wilde verkopen had ‘m voorzien van een nieuwe naam: Buurman & Buurman. Toen Martin en ik dat zagen, wisten we: ‘dit is ‘m!’ Inmiddels ligt het bootje bij ons voor de deur en knappen we het op. Wie weet dat straks mijn zoon, Martins kleinzoon met hun vriend mensen meenemen.

Gepubliceerd op: 
14 mei 2019