Een kijkje achter de deur van… verpleegkundige Lisette Thon

Deel deze pagina
In de podcast ‘Hartslag’ van het Spaarne Gasthuis vertellen medewerkers over hun werk. Zij zijn de hartslag van het ziekenhuis. Zonder hen is er geen (corona)zorg. De komende weken volgen we deze medewerkers. Wat gebeurt er achter die deuren? Deze week een kijkje in het werk van Lisette Thon, werkzaam als verpleegkundige op de longafdeling.

Vijf jaar werkt Lisette Thon als verpleegkundige op de longafdeling in het Spaarne Gasthuis. Ze werd drie keer uitgeloot voor Geneeskunde. Een studie die ze wilde doen sinds ze als scholier een snuffelstage in het ziekenhuis deed. “Na twee keer te zijn uitgeloot, begon ik met Verpleegkunde. Tijdens mijn stages zag ik dat artsen minder persoonlijk contact met patiënten hebben en veel achter hun bureau zitten: dossiers doornemen, beleid opstellen. Ik wil juist met mensen werken. Dat ik een patiënt kan begeleiden en ondersteunen bij het accepteren dat hij ziek is en zorg nodig heeft, is wat mijn werk zo mooi maakt.”

Lisette Thon

Lisette Thon. Foto: Mark van den Brink.

Split second

In de podcast vertelt Lisette over de twee maanden die zij vorig voorjaar op de COVID-afdeling werkte.

Ik was gewend te kunnen vertrouwen op mijn klinische blik. Dat kan bij corona niet. Waar ik het ene moment nog gezellig met een patiënt kletste, kon het vijf minuten later plots helemaal mis zijn. Naast dat er nog weinig bekend was over corona, vond ik het niet kunnen vertrouwen op mijn ‘niet pluis-gevoel’, eng. In een split second kan een situatie omslaan. Normaal deed ik tijdens mijn dienst één keer vitale metingen zoals zuurstofopname, bloeddruk, hartslag en temperatuur. Nu bleef ik die controles herhalen om te kijken of mensen stabiel bleven.  

Gewone of COVID-hoest?

Voortdurend op haar hoede zijn, tekent niet alleen de tijd die Lisette op de COVID-afdeling werkte. Inmiddels is ze alweer negen maanden aan de slag op de schone (lees: niet corona besmette) longafdeling. “Naast reguliere longpatiënten met bijvoorbeeld longkanker, longontsteking en COPD, zorgen we ook voor post-COVID patiënten. Niemand heeft in principe corona, toch is er altijd die angst dat er iemand tussen ligt die wél besmet is en dus anderen kan aansteken. De hele dag ligt de focus op: is dit een hoest die past bij een COPD-patiënt of heeft iemand toch COVID klachten? Terwijl op een longafdeling praktisch alle patiënten hoesten!”

Als een schaduw

Een aantal keren bleken patiënten daadwerkelijk corona te hebben. “Dan kreeg ik een berichtje: ‘je hebt bij een corona besmette patiënt gestaan’. Dus weer 10 dagen in thuisquarantaine. Het moment dat er een protocol kwam waardoor we bij hoestende patiënten een mondkapje en spatbril mochten dragen, bracht enige verlichting.” De onzekerheid op besmetting of verspreiding volgt Lisette als een schaduw. Het is een gevoel dat zich onderhuids heeft genesteld.

Ik ben continu gefocust op bescherming. Elke keer als bekend wordt dat een patiënt of collega besmet is, volgt een stroom van vragen: ben ik met die persoon in contact geweest? Hoe lang heb ik daar gestaan?  

‘Je mag er niet in’

De eerste coronapatiënt waar Lisette voor zorgde, herinnert ze zich nog goed. “Vrijdag 13 maart dachten we dat hij het ergste achter de rug had. Twee dagen later had ik weer dienst en zag zijn naam niet op de lijst staan. Hij was overleden. Die ervaring drukte mij met de neus op de feiten. Het is net of er in mij een filter is weggetrokken, waardoor ik mij kwetsbaarder voel.” Ook de gevolgen die de beperkende maatregelen hebben voor bezoek en afscheid nemen, zijn van invloed op haar werk. “Soms moet ik letterlijk voor de deur staan en zeggen: ‘je mag er niet in’. Contact verbieden tussen patiënten en hun naasten gaat aan alle kanten in tegen mijn principes. Mensen reageren regelmatig boos en agressief. Dat vond, en vind, ik nog steeds heel moeilijk. Ik kan mij zó goed verplaatsen in hun situatie. Natuurlijk denk ik vaak: het had ook mijn vader of moeder kunnen zijn.” Meerder keren heeft Lisette ook een iPad voor het gezicht van een patiënt moeten houden zodat die zijn of haar laatste woorden kon zeggen tegen een geliefde.

Dat is echt verschrikkelijk. De tranen staan dan in mijn ogen. Niemand wil dit, maar het is wel de realiteit. Gelukkig mag er op de reguliere afdeling weer iets meer, zoals waken.  

Altijd weer die regels

De contact beperkende maatregelen beperken Lisette ook in haar vrije tijd.

Ik ben gewend drie tot vier in de week te sporten, maar heb al een jaar niet meer op het hockeyveld gestaan of in de sportschool kunnen boksen. De avondklok en maar één bezoeker ontvangen, zorgt dat ook etentjes thuis met vrienden niet meer kunnen. Ik mis die uitlaatkleppen enorm. Extra lastig vind ik het om te zorgen voor mensen die zich niet aan de regels hebben gehouden, bijvoorbeeld als ik in het opnameverslag lees dat iemand met dertig mensen kerst heeft gevierd. Ik vind het óók niet leuk om mij aan die regels te houden en wilde óók het liefs met mijn familie en vrienden om tafel zitten tijdens de feestdagen, maar zat toch netjes met vier personen om tafel.  

Doen omdat het in je zit

Lisette merkt hoe de waardering voor de zorg afgelopen jaar is veranderd.

De eerste periode kon het niet op; we waren zorghelden, er werd voor ons geapplaudisseerd en we werden overspoeld met cadeaus. Ik vond het wat overdreven. We doen altijd al fantastisch werk! Waarom moet dat vanwege een pandemie zo onder de aandacht worden gebracht? Het voelt af en toe ook verkeerd. Dat deze patiëntengroep zoveel aandacht krijgt terwijl er nog zoveel andere nare ziektes en aandoeningen zijn waarvoor die aandacht niet is. Erken het werk zoals het is, met alles wat daarbij hoort.
 

Gepubliceerd op: 
24 feb 2021