Een kijkje achter de deur van… IC/SEH-verpleegkundige Patricia Beentjes

Deel deze pagina
In de podcast ‘Hartslag’ van het Spaarne Gasthuis vertellen medewerkers over hun werk. Zij zijn de hartslag van het ziekenhuis. Zonder hen is er geen (corona)zorg. De komende weken volgen we deze medewerkers. Wat gebeurt er achter die deuren? Deze week een kijkje in het werk van Patricia Beentjes die werkt als verpleegkundige op zowel de Intensive Care als op de Spoedeisende Hulp.

Tijdens de eerste coronagolf was de uitval van ziekenhuispersoneel door corona nihil. Dat was tijdens de tweede golf anders. Ook ic- en SEH-verpleegkundige Patricia Beentjes raakte besmet en stond opeens ‘aan de andere kant’.

Voordat ik corona kreeg, dacht ik dat de impact ervan wel mee zou vallen, omdat ik relatief jong ben, gezond leef en veel sport. Tot ik begin oktober ziek werd en het voelde of ik was overreden door een vrachtwagen vol corona. Elke spier in mijn lijf deed pijn; mijn benen, armen, onder mijn voeten, op m’n borst. Als ik de trap op was gelopen, moest ik boven eerst op adem komen.    

Patricia Beentjes in beschermende kleding in het ziekenhuis

Patricia Beentjes in beschermende kleding in het ziekenhuis. Foto: Mark van den Brink.

Verpleegkundige met corona

Inmiddels is Patricia vijf maanden verder en werkt ze weer. “Het opbouwen van mijn werk duurde drie maanden. Sinds begin dit jaar werk ik weer mijn contracturen, maar werk dan maximaal drie diensten achter elkaar. Ik was gewend er zes te draaien, maar dat lukt niet. Het is frustrerend om nog steeds last te hebben van de nasleep van corona.” Het app-contact met tien collega’s, die tegelijkertijd met haar besmet zijn geraakt, heeft Patricia enorm geholpen. “We deelden onze emotionele dagen, maar ook de baaldagen. Het zorgde dat ik mij gesteund voelde. Ik vond het opvallend dat niemand dezelfde klachten had. Daarnaast zorgde mijn werkgever ook goed voor mij. Als ik wil, kan ik met iemand praten en ook de opbouw van werk ging geleidelijk. Er werd niks overhaast.”

Geen piek- en rustmomenten

Als verpleegkundige werkt Patricia zowel op de ic-afdeling als op de Spoedeisende hulp. Twee verschillende afdelingen, maar gelijk in het acute en hectische karakter. “Je weet nooit hoe een dag loopt. Waar ik op de SEH iemand opvang en maximaal 2 tot 3 uur voor zorg, ben ik op de ic juist intensief bij een patiënt en familie betrokken.” De manier van werken is afgelopen jaar veranderd.

Voor de pandemie waren er piekmomenten en rustige perioden. Die golven zijn weg. Het is voortdurend druk. In de eerste golf lag de reguliere zorg nagenoeg stil, maar dat is nu niet meer. Ook die is opgeschaald.   

1 op 4 draaien

Waar het verzorgen van één of twee patiënten op de ic gebruikelijk was, zorgt Patricia al bijna een jaar soms voor wel vier patiënten.

Buitenstaanders vinden het weleens lastig te begrijpen dat ik een hele drukke dag heb en toch maar voor één patiënt heb gezorgd. Waar het om gaat, is dat mensen die op de ic liggen, hulp nodig hebben bij alles wat ze normaal zelf doen; zoals eten, drinken, bewegen, naar de wc gaan. Daarbij zijn mensen ernstig ziek en niet altijd stabiel. Er kan bijvoorbeeld plotseling een bloeding optreden. Dan moet direct worden gehandeld. Als ic-verpleegkundige bewaak ik de vitale gegevens van een patiënt, denk aan bloeddruk, hartslag, zuurstofopnamen en ademhalingsfrequentie. Daarnaast heb ik ook contact met familie en zorg voor de medicatie. Stel dat de bloeddruk afneemt, dan heeft dit gevolgen voor de dosis medicatie. Tegelijk moet ook achterhaald worden wat de oorzaak is van die daling. En stel dat de arts wil dat er een CT-scan wordt gemaakt, dan zijn we niet met vijf minuten ter plekke. Elke handeling heeft risico’s, dus het vergt een goede voorbereiding. De dokter ziet de patiënt niet continue, de verpleegkundige wel. Die signaleert en speelt informatie door.   

Perfectionisme loslaten

De gedachte dat serene rust heerst op een ic-afdeling met alleen coronapatiënten komt volgens Patricia niet altijd overeen met de praktijk. “Elke patiënt is verschillend. De één ligt op z’n buik, de ander is wakker en ligt aan een zuurstofapparaat. Weer een ander is onrustig en verward, omdat hij net van de beademing af is en niet weet wat er is gebeurd. Dat vraagt om verschillende manieren van begeleiden. Daarnaast werken de spieren van mensen die (lang) liggen niet meer goed, dus mobiliseren is belangrijk. Daarvoor is een apparaat nodig om iemand uit bed te tillen. Maar in het begin kunnen mensen nog niet lang zitten, dus moeten ze snel weer terug in bed worden gelegd. Dat gaat de hele dag door. Als ik 1 op 4 draai, hoor ik welke alarmbellen afgaan, maar ik zie niet meer wat er in elk bed gebeurt. Dat voelt niet goed. Ik wil er 100 procent zijn voor een patiënt. Toch heb ik het afgelopen jaar moeten leren om iets vaker dingen los te laten.” 

Patricia Beentjes aan het werk in het ziekenhuis

Patricia Beentjes (rechts) aan het werk met een collega in het ziekenhuis. Foto: Mark van den Brink.

‘Verandering heb je zelf in de hand’

Het gebeurt weleens dat Patricia tegen een patiënt zegt dat zij ook corona heeft gehad.

Ik kan mij nog beter in een patiënt verplaatsen. Voorheen vond ik het belangrijk om mensen uit te dagen terwijl ik ze ondersteunde, bijvoorbeeld tijdens mobiliseren. Tegenwoordig dram ik minder door als het soms wat minder gaat of ik probeer tot een compromis te komen: ‘doet u dit niet, maar dat wel.’   

Dat COVID-19 een jaar later nog steeds zo’n grote rol in het leven van iedereen speelt, had Patricia nooit verwacht. Zij ziet dagelijks de impact, maar begrijpt goed hoe lastig het voor mensen is die niet direct geraakt worden om zich toch aan de maatregelen te houden. “Ik las op Facebook een post die ik raak vond: ‘Op verandering hopen zonder er zelf iets voor te doen, is als op een treinstation wachten op een boot.’ Als we allemaal iets doen, zijn we er sneller doorheen.”

Gepubliceerd op: 
24 mrt 2021