Een gedenkkei voor Hans Cohen

Deel deze pagina
Het zijn er 150: de namen op de gedenkkeien voor mensen die de Tweede Wereldoorlog in Haarlemmermeer niet hebben overleefd. Door corona is de onthulling van deze gedenkkeien uitgesteld. Op zeven plekken in Haarlemmermeer heeft de onthulling met een korte ceremonie plaatsgevonden in aanwezigheid van enkele nabestaanden. Alle namen op de keien hebben een verhaal. InforMeer licht er één uit, verteld door Gerard Eijk, kleinzoon van Hilletje Eijk-van der Hengst en Gerbrand Eijk: het verhaal van Hans Cohen die bij de familie Eijk ondergedoken zat.

Laren - Amsterdam - Haarlemmermeer

Hans Cohen werd geboren op 2 augustus 1932 in Rotterdam. Hij was de middelste van drie broers waarvan Louis de oudste was en Maurits de jongste. Volgens de schaarse verhalen was Hans een leuke, spontane jongen. Toen de broers Cohen in 1938 gescheiden werden van hun ouders, kwamen ze terecht bij de Berg Stichting die in Laren onderdak bood aan Joodse kinderen. De directeur van deze stichting, de heer Reitsema, huurde in het geheim een aantal huizen aan het Rapenburg in Amsterdam om zijn pupillen, waaronder Hans, uit de handen van de nazi’s te houden. In 1942 nam Lenie de Jong de broers Cohen mee voor een wandeling. Ze kwamen uit bij een urinoir. Daar werden de Davidssterren van de kleding afgetrokken. Lenie de Jong leverde Hans en zijn broers af bij Truus de Swaan waar de heer Boogaard hen ophaalde en meenam naar Nieuw-Vennep. Het eerste onderduikadres van Hans Cohen was de boerderij van de familie Boogaard in Nieuw-Vennep.

Een bedankbrief aan Hilletje en Gerbrand Eijk uit 1957 van Maurits Cohen, de broer van Hans en een portret van Hans

Een bedankbrief aan Hilletje en Gerbrand Eijk uit 1957 van Maurits Cohen, de broer van Hans en een portret van Hans. Foto: familie Eijk.

Van Nieuw-Vennep naar Burgerveen

Gerard Eijk:

Begin 1943 stonden er twee mensen van de Boogaardgroep en een jongen van ongeveer 10 jaar voor het huis van mijn grootouders. Ze vielen gelijk met de deur in huis: ‘Willen jullie voor dit kind zorgen?’. Het was niet toevallig dat ze bij mijn grootouders aanklopten want in een kleine gemeenschap kennen mensen elkaar. Hans had ook wat uiterlijke overeenkomsten met het gezin Eijk. Zo had hij, net als mijn vader, krullend haar. Na overleg stemden mijn grootouders ermee in dat Hans werd opgenomen in het gezin dat naast mijn grootouders bestond uit mijn vader Adri, die toen nog een jongen was en zijn zus, mijn tante Anna. Hans werd ondergebracht als vluchteling uit Rotterdam. Hij ging dat jaar gewoon naar school in Nieuw-Vennep.   

Opgepakt

Gerard Eijk: “De NSB vermoedde dat er op de school van Hans Joodse kinderen les kregen. Zij bezochten de school en ondervroegen de kinderen. Hans werd uit de groep gehaald. Anna, mijn tante, die ook op die school zat, begreep de ernst van de situatie, verliet de school via het raam in de klas en fietste snel naar huis. Bij aankomst riep ze helemaal overstuur naar haar moeder: ‘Ze hebben Hans!’ De NSB’ers brachten Hans naar het huis van mijn grootouders, waar mijn oma aanwezig was, om verhaal te halen. Mijn grootmoeder ging behoorlijk tekeer. Ze vertelde dat Hans geen Joods kind was maar een jongen uit Rotterdam van wie het huis kapot was gebombardeerd. Het haalde niets uit. De NSB’ers en de Duitsers hadden hun eigen manieren om erachter te komen of een kind Joods was of niet. Hans werd meegenomen naar de schuur waar geconstateerd werd dat hij besneden was. Mijn oma krijgt een uitbrander: ‘Hoe kunt u uw gezin zo in gevaar brengen?’ Zij bijt van zich af: ‘Je laat een kind dat honger heeft niet aan de deur staan en als jouw kind honger heeft, breng het dan maar bij ons.’ Het gezelschap vertrok en Hans werd naar Amsterdam gebracht.”

Reddingspoging

Een dag later gingen een paar vrienden van mijn opa, op initiatief van de heer Boogaard, naar Amsterdam met alles wat van waarde was en wat tabak, in de hoop een bewaker om te kunnen kopen. Afgesproken werd dat Hans later naar een afgesproken plek gebracht zou worden. Op de dag van transport stonden de vrienden daar te wachten. Maar Hans verscheen niet. Bij navraag bleek de bewaker die dag geen dienst te hebben. Hans werd afgevoerd naar Auschwitz. Hij onderging hetzelfde lot als zovelen.   

Niet verwerkt

“Mijn grootouders hebben de gebeurtenissen nooit goed kunnen verwerken. Mijn oma heeft meer dan zestig jaar met een schuldgevoel geleefd. Kort voor haar overlijden sprak zij nog over Hans Cohen. Mijn grootouders waren gewone mensen. Opa was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog boerenknecht en oma bakervrouw in het dorp waar zij woonden. Zoals velen hebben zij anderen geholpen in een moeilijke tijd, niet omdat ze iets bijzonders wilden doen, maar omdat het bij hun levensstijl paste.”

Slechts 11 jaar

Gerard Eijk: “Direct na aankomst in Auschwitz is Hans Cohen vermoord op 19 november 1943, pas 11 jaar jong. Maurits Cohen en zijn tante zijn de enigen van de familie die de oorlog overleefden. Ik vraag me af of Hans geweten heeft wat hem te wachten stond, of er iemand een arm om hem heen geslagen heeft, even aandacht voor hem had. Ik kijk naar mijn kleinkinderen in de leeftijd van Hans toen en zie hun afhankelijkheid, hun kwetsbaarheid.”

Gedenkkeien

De gedenkkei voor Hans Cohen ligt in Burgerveen. Die voor zijn broer Louis Cohen ligt in Nieuw-Vennep, waar Louis ondergedoken zat bij de familie Woudenberg.

Gepubliceerd op: 
13 okt 2021