Arie lag een maand op de ic met corona

Deel deze pagina
Arie Boesveld (67) was één van de eerste coronapatiënten die maart vorig jaar in het Spaarne Gasthuis werd opgenomen. In de podcast ‘Hartslag’ van het Spaarne Gasthuis vertelt hij over zijn ervaringen en de zorg die hij heeft gekregen. Inmiddels is hij bijna een jaar thuis en kijkt terug op het verloop van zijn herstel nadat hij het ziekenhuis verliet.

Ik weet nagenoeg niks meer van de twee weken die ik ziek thuis was, noch van de vijf weken daarna op de ic. Mijn vrouw heeft die periode een dagboek bijgehouden. Vier maanden later ben ik dat gaan lezen. Het was confronterend. De periode dat ik op de ic lag, had mijn vrouw vier keer per dag telefonisch contact. Ik las: ‘We weten niet meer hoe we uw man goed verder kunnen behandelen. Hij reageert bijna nergens op. Zijn hartslag jojoot tussen de 30 en 200 slagen per minuut en zijn leverwaarden zijn niet goed.’ Dat gaat over mij hè, dat voelt onwerkelijk. Haar dagboek helpt om die periode van mijn leven in te kleuren en te beseffen hoe ziek ik was.   

Arie Boesveld

Arie Boesveld. Foto: Mark van den Brink.

‘We nemen hem niet mee terug!’

Wel herinnert Arie zich nog het verjaardagsfeest maart vorig jaar waar hij was en hoe lacherig er over het coronavirus werd gesproken. “Die grappenmakerij verdween gauw. Niet alleen ik, maar veel anderen zijn flink ziek geworden of zelfs overleden. Het gekke is dat ik niet doorhad hoe ziek ik was. De huisarts belde dagelijks om te vragen hoe het ging. ‘Beter dan gisteren’, antwoordde ik steeds, terwijl dat helemaal niet waar was. Mijn vrouw en zoon brachten mij uiteindelijk naar het ziekenhuis: ‘Hij is zó ziek, we nemen hem niet mee terug!’”

Terug naar de ic

Drie maanden geleden is Arie op uitnodiging van het Spaarne Gasthuis terug geweest op de ic. “Ik herkende niks: de zalen niet, noch de apparatuur die er stond of de artsen en verpleegkundigen die er werkten. Ik werd wél herkend. ‘Dag meneer Boesveld! Fijn iemand terug te zien die rechtovereind staat!’ Ik vond het prettig om terug te zijn en voel een enorme dankbaarheid naar de mensen die zich zó voor mij hebben ingespannen.” Een verpleegkundige vertelde hoe hij is behandeld op de ic. “Ik werd bijvoorbeeld elke vier uur gedraaid, door zes man hè! Want ik lag aan allerlei apparatuur en slangen, die moesten ook mee. Ook begrijp ik waar mijn frozen shoulder vandaan kwam. Op de ic lig je op je rug of buik in zwemmershouding. Dus met je linkerarm naar voren en rechterarm naar achteren of andersom. Ik heb een flinke tijd last gehad van die schouder.”

Alles opnieuw leren

Na vijf weken op de IC volgden twee weken op een reguliere verpleegafdeling. “Daar zag ik eerst dingen die er niet waren. Als ik naar buiten keek, zag ik een bus door de lucht rijden. Ik wist dat het niet kon, maar toch was het echt. ’s Nachts droomde ik veel, dat ik was opgesloten en niet naar huis mocht. Het was niet waar, maar voelde zó echt, beangstigend.” Verder was zijn spierkracht weg en was hij 22 kilo lichter. “Eén keer viel mijn telefoon op de grond. ‘Die pak ik even op!’, dacht ik. Ik ging naast mijn bed staan, maar zakte direct door mijn benen en lag ik op de grond. Gelukkig liep de fysiotherapeut net over de gang en hielp mij overeind. Dat je denkt iets te kunnen, maar het niet kan, is een ontluisterende ervaring. Ik had bijvoorbeeld ook een paar dagen geen controle over mijn blaas, alles verschonen om drie uur later weer aan de bel te moeten trekken. Die verpleegkundigen zijn echt schatten. Mensen die je zo liefdevol behandelen en verzorgen, dat is in mijn ogen geen werk maar een roeping. Onvoorstelbaar dat de maatschappelijke waardering hiervoor zo beperkt is.”

Wat is een klok?

In Heliomare, waar Arie vervolgens drie weken verbleef, zette hij letterlijk zijn eerste stappen. “Elke dag kreeg ik een overzicht met activiteiten voor die dag. Fysiotherapie, logopedie, zwemmen, gesprek met de psycholoog en natuurlijk veel oefenen. De logopediste gaf mij een stukje brood. Ik moest stevig rechtop zitten. Zij keek of ik krachtig genoeg kauwde en goed slikte. Eén hap voelde als het leveren van een topprestatie!” Regelmatig dacht ik: ‘Natuurlijk kan ik dat!’ Zoals die keer dat ik drie stappen achteruit moest zetten of gevraagd werd een klok te tekenen. Maar ik kon het niet. Die klok lukte uiteindelijk wel, omdat er eentje aan de muur hing die ik kon natekenen. Anders had ik niet geweten dat ik een cirkel moest tekenen met wijzers en cijfers.”

Verwondering

Nog steeds praat Arie met verwondering over zijn revalidatieproces. De meest simpele, dagelijkse handelingen moest hij opnieuw leren. “Thuis kon ik bijvoorbeeld zelf onder de douche stappen, maar afdrogen lukte niet. Mijn vrouw moest mijn sokken aantrekken, omdat ik er niet bij kon.” Als hij terugdenkt aan de eerste afspraak bij de fysiotherapeut moet hij lachen. “De praktijk zit bij ons om de hoek, maar na de wandeling van vijf minuten was ik kapot. ‘Dan kunnen we vandaag niks meer doen’, zei de fysio nuchter. Ik heb er een kwartier gezeten en ben weer terug naar huis gelopen.”

Fit blijven uit dankbaarheid

Inmiddels kan Arie weer op z’n racefiets stappen en een rondje van 75 kilometer rijden.

Mijn conditie is beter dan voor corona. Dat wil ik zo houden, ook als dank richting alle mensen die zo goed voor mij hebben gezorgd. 

Onverschillige reacties van mensen die zich niet aan de beperkende maatregelen houden, verbazen hem nog steeds. “Eerst werd ik er boos om, maar het maakt geen verschil. Nu reageer ik laconieker als iemand in de supermarkt niet 1,5 meter afstand kan houden, ook als ik ze er vriendelijk op wijs. Ik gun het niemand een coronabesmetting, noch om er ziek van te worden, maar als ik dan zo’n massa mensen op het Museumplein bij elkaar zie protesteren tegen de maatregelen dan wens ik ze in gedachten wel iets toe.”

Gepubliceerd op: 
12 mei 2021