.

Leven als vóór het internet

Als u dit leest, doet u dat vanaf een scherm of schermpje of iets daar tussenin. U bevond zich op de digitale snelweg en zag wellicht op Twitter het linkje naar dit blog. Niets bijzonders. U bent één van de velen die enkele uren per dag het wereldwijde web afstruinen. Wel fijn dat u nu hier bent aanbeland, trouwens, welkom en blijf vooral nog even!

Want dan kan ik u nog meegeven dat al het bovenstaande voor maar liefst zo’n vier miljoen Nederlanders niet op gaat. Velen van hen hebben niet eens een aansluiting op het internet. Die appen niet, mailen niet, hebben geen benul van Facebook, Instagram of Twitter. Voor hen zijn sociale media Verweggistan en velen van hen willen dat ook graag zo houden.

Ik heb het over laaggeletterden, ouderen met een migratieachtergrond, mensen met een geestelijke beperking en ouderen, van zeg maar meer dan 75 jaar. Omdat heel veel van de contacten tussen inwoners onderling, met organisaties, met banken, ziekenhuizen en niet te vergeten de overheid digitaal verlopen is, naast sociale, ook digitale inclusie bittere noodzaak.

De samenleving kan het zich niet veroorloven de brug op te halen voor de mensen die zich met een gammele postkoets op de digitale snelweg begeven of zelfs helemaal niet. Zij tellen net zo hard mee, deze groepen moeten worden ingesloten, de kloof moet gedicht.

Over dit onderwerp had ik kort geleden een, al zeg ik het zelf,  diepgravend interview. De publicatie wordt eind mei verwacht. Het verzoek was of ik voor deze gelegenheid mijn vader, een hardcore analoog, wilde meenemen. Ik wilde dat en hij stemde ook in.

Zijn bijdrage aan het vraaggesprek was hilarisch maar vooral ook realistisch. Deze man, op wie ik apetrots ben en met wie ik kan lezen en schrijven, krijg je met nog geen tien paarden een appgroep in of bij het digitale Parool. Hij heeft geen mobiele telefoon. En een krant is van papier. Punt.

Hij is trouwens nog helemaal bij de tijd, zoekt wel eens wat op met Google maar zijn leven is grotendeels nog net zo als vóór internet. Voor belastingbiljetten en andere digitaal noodzakelijke contacten roept hij onze hulp in. Zijn eigen Googles van vlees en bloed.

Voor mannen en vrouwen als mijn vader kun je agenda’s dichtmetselen met digitale klik-en-tik cursussen en alle bibliotheken van Nederland vol zetten met digitale steunpunten, de digitale revolutie blijft voor hem een gemiste afslag. Waar hij trouwens geen nacht minder om slaapt.

Ik weet heel zeker dat mijn vader met deze houding niet uniek is. Voor mensen als mijn vader en misschien nog wel meer voor mensen die geen beroep kunnen doen op een uitgebreid sociaal netwerk, zullen de overheid, bedrijven en organisaties nog wel zo’n twintig jaar een bemenst loket open en een telefoonnummer in de lucht moeten houden. We moeten accepteren dat voor veel mensen de digitale wereld een brug te ver is en dat de Haagse roep om zelfredzaamheid in best veel gevallen een kreet in het luchtledige is.

Voor mensen die digitaal wel méér wegwijs willen en kunnen worden gemaakt, zijn er plannen, deels al in uitvoering, waarin de bibliotheken een belangrijke rol spelen. Ik heb in het interview aangedrongen om ons niet blind te staren op bibliotheken. Neem alleen al onze gemeente met 31 kernen. In veruit de meeste staat geen bibliotheek. Kijk ook naar dorpshuizen en naar wijkgebouwen. Want hoe dichterbij, hoe laagdrempeliger. In het wijkgebouw zou die vrijwilliger die jou helpt wel eens toevallig die mevrouw van een paar straten verderop kunnen zijn en dan is samen koffie drinken een makkelijke stap. Digitale inclusie gedijt goed bij sociale cohesie.

Verder moeten we goed beseffen dat de mensen die de moeite nemen om hun digitale kennis en vaardigheden bij te spijkeren dikwijls ook andere problemen ervaren. Ik heb eenzaamheid als voorbeeld genoemd. Het zou mooi zijn als een cursist wordt verteld dat in zijn of haar wijkcentrum wekelijks samen wordt gegeten. Dat levert tijdens de maaltijd misschien wel wervende mondreclame voor het cursusaanbod van de bibliotheek, het dorpshuis of het wijkcentrum op.

Het grootste knelpunt is en blijft hoe je mensen bereikt. Je kunt digitale inclusie nog zo vaak agenderen, er de meest fantastische campagnes op loslaten en flyeren tot je een ons weegt, verwacht niet op slag een toestroom van grote groepen die staan te springen om de muis ter hand te nemen. We zijn er nog lang niet, digitale inclusie is een kwestie van lange adem, waren mijn laatste woorden. Net als hier.

Wethouder Marjolein Steffens-van  de Water

Wethouder Marjolein Steffens-van de Water (Fysieke leefomgeving, Jeugd & Onderwijs, Vastgoed en Doelgroepenbeleid)

   

Gepubliceerd op: 
14 mei 2019