Grote zorgen om dorps- en wijkraden

Deel deze pagina
“Afstoffen, uithuilen en opnieuw beginnen.” Dat is wat volgens Maarten Askamp, directeur-bestuurder van Maatvast, moet gebeuren om - wat hij “de teloorgang” van dorps- en wijkraden noemt - tegen te gaan. Deze raden maar ook migrantenorganisaties nemen in kwaliteit en kwantiteit af, stelt hij.

Belangrijke partners

Na het gesprek stuurt hij een mailtje met “nog een voorbeeld”: een bericht over de Stichting Seniorenraad Haarlemmermeer die er noodgedwongen mee moet stoppen omdat er nog maar twee bestuursleden zijn overgebleven.

Maatvast beheert en exploiteert 26 dorpshuizen, wijkcentra en jongerencentra in Haarlemmermeer, waar inwoners elkaar ontmoeten en de meest uiteenlopende activiteiten met elkaar ondernemen. De dorps- en wijkraden zijn belangrijke partners van Maatvast want die weten wat er in hun buurt speelt en wat de behoeften zijn en bepalen mede de programma’s in de dorpshuizen en wijkcentra. Sowieso zijn ze natuurlijk van groot maatschappelijk belang, zegt hij.

In het jaarverslag van Maatvast noemt Askamp het teruglopen van kwaliteit en kwantiteit ‘’schrijnend” en “een zorgelijke ontwikkeling”. Hij roept op ”om naar andere wegen te zoeken om de verbinding te houden.”

Noodklok

De noodklok die hij luidt, heeft vooral met de leeftijden van veel van de vrijwilligers van de dorps- en wijkraden te maken. Die is aan de hoge kant.

“Velen willen - na jaren trouwe dienst en goed werk - stoppen, maar kunnen dat niet doen omdat er geen opvolgers zijn. Jonge mensen hebben het vaak te druk. Bij veel dorps- en wijkraden zijn posten onbezet.”

Hierdoor verworden dorps- en wijkraden tot organisatorische gatenkazen, redeneert hij en dat gaat ten koste van kwaliteit. “Verouderde websites met meldingen van sinterklaasfeesten van een paar jaar terug of zelfs verdwenen websites zijn een teken aan de wand.”

Betrokkenheid

Volgens Askamp betekent de teloorgang van dorps- en wijkraden niet dat de betrokkenheid van inwoners aan het verdwijnen is. Wel dat de huidige structuren met dorps- en wijkraden aan vernieuwing toe zijn.

“Die komen natuurlijk toch een beetje voort uit de jaren zestig en zeventig met - bij wijze van spreken-  vijf avondvergaderingen per week. Dat is niet te matchen met die overvolle agenda’s van tegenwoordig. We moeten de boel anders organiseren.”

Voorzitter Peter Vreeswijk van de dorpsraad Zwanenburg-Halfweg onderschrijft het betoog van Askamp. Neem Vreeswijk zelf: 70 jaar en al 15 jaar voorzitter. Daar wil en kan hij niet eeuwig mee doorgaan. “Maar er is nog niemand opgestaan die heeft gezegd: geef mij die voorzittershamer dan maar.” Ook andere bestuursleden, net als Vreeswijk niet behorend tot de jongsten, geven aan dat ze er over niet al te lange tijd een punt achter willen zetten. Zonder dat er enig zicht is op opvolging.

Artist impression dorpshuis Zwanenburg

'Zonder dorpsraad was het het nieuwe dorpshuis met sporthal - dat nu in aanbouw is - er niet gekomen of had het er anders uit gezien.'

 

Sociale media

Nog een veelzeggend getal. Ooit had de dorpsraad, die in een verenigingsvorm is gegoten, 1500 leden. Nu zijn dat er nog 900. “Men bralt tegenwoordig liever op Facebook dan dat men een vergadering met de dorpsraad bijwoont. Ik zie op social media boze mensen dingen roepen uit onvrede die ik nog nooit op de vergadering heb gezien.” Alles bij elkaar behoorlijk frustrerend maar Peter Vreeswijk blijft zijn werk en dat van zijn collega’s van groot belang vinden.

“We doen dit omdat je zo dingen voor elkaar kunt krijgen. Neem het nieuwe dorpshuis met sporthal dat nu in aanbouw is. Zonder dorpsraad was dat er niet gekomen of had het er anders uit gezien. Met een sportzaal in plaats van een sporthal bijvoorbeeld.”

Optimistisch

Margriet Rietmeijer, secretaris van de dorpsraad Badhoevedorp, net als in Zwanenburg een vereniging, onderschrijft in grote lijnen de ontwikkeling die directeur-bestuurder Maarten Askamp van Maatvast signaleert. Ook in Badhoevedorp is het ledental teruggelopen. Van 900 naar 700. En ook zij ziet dat het moeilijk is om alle posten bezet te houden en nieuwkomers en jongere inwoners erbij te betrekken. Dat is volgens haar in Badhoevedorp extra lastig omdat het inwonertal van het dorp stijgt met de komst van nieuwbouwwijken en omdat Badhoevedorp meer dan veel andere dorpen verstedelijkt. “Badhoevedorp is een mozaïekdorp. Iedereen doet zijn ding. De verscheidenheid is enorm.”

Dorpshuis Badhoevedorp waterzijde
Author: 
Josi Nihot

 Tot het bestuur en de verschillende werkgroepen van de dorpsraad van Badhoevedorp zijn onlangs nog jonge mensen toegetreden.

 

Maar Margriet Rietmeijer blijft optimistisch. Ze wijst erop dat tot het bestuur en de verschillende werkgroepen recentelijk jonge mensen zijn toegetreden.

“De dorpsraad heeft ondanks alles toekomst. We blijven dé verbinding met de gemeente. We moeten extra ons best blijven doen om inwoners en ondernemers bij het dorp te betrekken.”

Ze noemt in dit verband het succes van Hallo Badhoevedorp, de website waarop ondernemers, inwoners en professionals activiteiten kunnen plaatsen. “Persoonlijk aanspreken, helpt ook’’, zegt ze uit eigen ervaring. “Tijdens het flyeren bijvoorbeeld. Mensen die geïnteresseerd zijn, meteen even aanspreken en vragen of ze eens langs willen komen. En nieuwkomers bezoeken en welkom heten. Dat soort dingen.”

Gunstige uitzondering

Abbenes lijkt dé gunstige uitzondering. Danielle van der Horst, secretaris van de dorpsraad in het zuidelijke, zo’n 1000 zielen tellende dorp, meldt dat alle posities zijn ingevuld, zowel in het bestuur als in de werkgroepen. De website, die al 16 jaar bestaat, is up to date, zelfs in deze komkommertijd. Abbenes is dan ook een zeer hecht dorp, zegt ze.

“Hier kent men elkaar en is het inschakelen van mensen een vanzelfsprekendheid. Wat je hier wél ziet, is dat clubs moeite hebben om het hoofd boven water te houden door teruglopende ledenaantallen. Zelf hebben we dat probleem niet. We zijn een stichting.”

Geen alwetend centrum

Het meeste tegengas komt uit Lisserbroek. Voorzitter Bert Mens van de dorpsraad waarschuwt voor het gevaar van “generaliserende kwalificaties van dorps- en wijkraden”. Hij zegt:

“Haarlemmermeer telt 31 kernen en een veelvoud van dorps- en wijkraden. Niet één lijkt op de ander en door alles op één hoop te gooien, lijden de goede onder de kwade. Als er ergens iets gebeurt of iets niet lekker loopt, moet je dat van geval tot geval bekijken en individuele oplossingen bedenken. Dat lijkt me wijzer dan dat we onszelf een collectief probleem aanpraten.”

Dorps- en wijkraden hebben zeker toekomst, vindt hij. “Niet als alwetend centrum van wat er in een dorp of wijk gebeurt met bestuurders en vrijwilligers die 24/7 beschikbaar zijn voor raad en daad. Soms is het meer een ratjetoe. Maar dat is niet per se slecht. Als mensen wel warm kunnen lopen voor één of twee dingen en niet van plan zijn dat heel lang te doen, is dat wel degelijk ook betrokkenheid die je moet waarderen en waarvan je gebruik kunt maken”, aldus Bert Mens.

Gepubliceerd op: 
9 aug 2019