Bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied

Wilt u een bijbehorend bouwwerk bouwen? Beantwoord onderstaande vragen en controleer of u dit zonder vergunning mag doen.

Alle video's en uitleg bij de vragen komen van het landelijke Omgevingsloket (BZK versie 2018).

Gaat u op of aan een woning bouwen? Of gaat u bouwen op een erf dat bij een woning hoort?

Ligt de grond waarop u gaat bouwen rondom uw woning? En bent u de enige die de grond gebruikt omdat u er woont? Dan is die grond uw erf. Loopt er een voetpad over uw grond dat ook door de buren gebruikt wordt? Dan hoort dat deel van de grond niet bij uw erf. Vooral bij grotere tuinen kan het zijn dat niet alle grond waarop u wilt bouwen bij uw erf hoort. Heeft een deel van uw tuin bijvoorbeeld een bijzondere bestemming, zoals bos of agrarisch? Dan hoort dit deel niet bij uw erf. Twijfelt u? Neem dan contact op met de gemeente via 0900 1852

Gaat u bouwen bij een recreatiewoning, een tijdelijke woning, een woonwagen of een bedrijfswoning?
Gaat het om werkzaamheden in, aan of op een monument? Of om werkzaamheden op een erf bij een monument?

De monumentenlijst kunt u opvragen bij team Vergunningen via vergunningenbp@haarlemmermeer.nl.

Gaat het om beschermd dorpsgezicht?

Twijfelt u of uw bouwwerk een beschermd dorpsgezicht is? Neem dan contact op met team Vergunningen via vergunningenbp@haarlemmermeer.nl.

Is het bouwwerk volgens de landelijke regels vergunningsvrij? Doe de vergunningscheck op de website van het Omgevingsloket.
Blijft het aantal woningen gelijk?

Het aantal woningen blijft gelijk als door het bijbehorend bouwwerk geen nieuwe woning(en) ontstaan of woningen worden samengevoegd.  

Heeft het nieuwe bouwwerk een dak?
Komt het nieuwe bouwwerk op de grond te staan?

Alleen de fundering van het bijbehorend bouwwerk mag in de grond worden gebouwd, de overige delen moeten boven het maaiveld uitkomen. Een bouwwerk dat deels of geheel verdiept in de grond wordt gebouwd staat dus niet op de grond. Ook een bouwwerk op een kelder of een souterrain staat niet op de grond. Dit geldt ook voor bouwwerken die op een dakterras worden gebouwd. 

Is de oppervlakte van het bebouwingsgebied meer dan 100 m2?

Heeft u een vrijstaande woning? Bekijk dan deze video hoe u de oppervlakte van het bebouwingsgebied berekent bij een vrijstaande woning (bron: Omgevingsloket). Heeft u een rijtjeshuis? Bekijk dan deze video hoe u de oppervlakte van het bebouwingsgebied berekent bij een rijtjeshuis (bron: Omgevingsloket). 

U berekent de oppervlakte in 4 stappen. In de stappen vragen wij u om waarden te bepalen die nodig zijn om de oppervlakte te berekenen. Meestal is een schatting van een waarde genoeg. 

  • Stap 1: Bepaal de oppervlakte van uw achtererfgebied. Hoe u dit doet leest u op de pagina Bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied

  • Stap 2: Bepaal de oppervlakte van uw woning. Daarbij moet u alle uitbouwen aan uw woning meerekenen. Uitbouwen zijn delen die u gebruikt om te wonen, bijvoorbeeld een woonkamer, keuken of slaapkamer. Een aangebouwde garage of berging telt niet mee als woning. 

  • Stap 3: Bepaal de oppervlakte van de oorspronkelijke woning. Dit is de woning zoals deze nieuw is gebouwd volgens de vergunning. Let op, er zijn delen van uw woning die niet meetellen. Heeft uw woning een vergunningvrije uitbouw, die gebouwd is tijdens de bouw van uw woning? Deze telt u niet mee. Ook alle uitbouwen die later zijn aangebouwd telt u niet mee. Het maakt niet uit of deze met of zonder vergunning zijn gebouwd. Ook een berging of garage die direct bij de bouw van de woning is gebouwd telt u niet mee. 

  • Stap 4: Eerst telt u de uitkomsten van stap 1 en 2 bij elkaar op. Van dat totaal trekt u de oppervlakte van stap 3 af. Het resultaat is de oppervlakte van het bebouwingsgebied. 

Is de oppervlakte van het bebouwingsgebied na het bouwen van het nieuwe bijbehorende bouwwerk voor 50% of meer bebouwd met bijbehorende bouwwerken?

Bij deze vraag moet u de oppervlakte bepalen van alle bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied zoals u heeft bepaald in de vorige vraag. De oppervlakte van de oorspronkelijke woning telt dus niet mee, maar alle uitbreidingen en vrijstaande bijbehorende bouwwerken tellen wel mee. Bij het bepalen van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken moet u alle bestaande bijbehorende bouwwerken meetellen, ongeacht of deze met of zonder vergunning zijn gebouwd. Het gaat om het totale oppervlak van: 

  • Uitbreidingen van de oorspronkelijke woning. 

  • Oorspronkelijk tegen de woning aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zoals bergingen en garages. 

  • Later tegen de woning aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zoals bergingen en garages. 

  • Oorspronkelijke vrijstaande bijbehorende bouwwerken. 

  • Later gebouwde vrijstaande bijbehorende bouwwerken. 

Bij dit totaal telt u het oppervlak van het nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerk op.  

Is de oppervlakte van het bebouwingsgebied meer dan 300 m2?

Heeft u een vrijstaande woning? Bekijk dan deze video hoe u de oppervlakte van het bebouwingsgebied berekent bij een vrijstaande woning (bron: Omgevingsloket). Heeft u een rijtjeshuis? Bekijk dan deze video hoe u de oppervlakte van het bebouwingsgebied berekent bij een rijtjeshuis (bron: Omgevingsloket). 

U berekent de oppervlakte in 4 stappen. In de stappen vragen wij u om waarden te bepalen die nodig zijn om de oppervlakte te berekenen. Meestal is een schatting van een waarde genoeg. 

  • Stap 1: Bepaal de oppervlakte van uw achtererfgebied. Hoe u dit doet leest u op de pagina Bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied

  • Stap 2: Bepaal de oppervlakte van uw woning. Daarbij moet u alle uitbouwen aan uw woning meerekenen. Uitbouwen zijn delen die u gebruikt om te wonen, bijvoorbeeld een woonkamer, keuken of slaapkamer. Een aangebouwde garage of berging telt niet mee als woning. 

  • Stap 3: Bepaal de oppervlakte van de oorspronkelijke woning. Dit is de woning zoals deze nieuw is gebouwd volgens de vergunning. Let op, er zijn delen van uw woning die niet meetellen. Heeft uw woning een vergunningvrije uitbouw, die gebouwd is tijdens de bouw van uw woning? Deze telt u niet mee. Ook alle uitbouwen die later zijn aangebouwd telt u niet mee. Het maakt niet uit of deze met of zonder vergunning zijn gebouwd. Ook een berging of garage die direct bij de bouw van de woning is gebouwd telt u niet mee. 

  • Stap 4: Eerst telt u de uitkomsten van stap 1 en 2 bij elkaar op. Van dat totaal trekt u de oppervlakte van stap 3 af. Het resultaat is de oppervlakte van het bebouwingsgebied. 

Is de oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken na het bouwen van het nieuwe bijbehorende bouwwerk meer dan 50 m2 vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2?

Voorbeeld: uw bebouwingsgebied is 120 m2. Het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2 is 20 m2. 20% van 20 m2 is 4 m2. De totale oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken mag dan zijn: 50 m2 + 4 m2 = 54 m2. Is de oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken (na bouwen van het nieuwe bijbehorende bouwwerk) in dit geval dus groter dan 54 m2? Dan beantwoordt u deze vraag met ‘ja’. 

Is de oppervlakte van het bebouwingsgebied meer dan 1900 m2?

Hoe u de oppervlakte van het bebouwingsgebied berekent, leest u bij vraag 5.

Is de oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken na het bouwen van het nieuwe bouwwerk meer dan 90 m2 vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2?

Voorbeeld: uw bebouwingsgebied is 400 m2. Het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2 is 100 m2. 10% van 100 m2 is 10 m2. De totale oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken mag dan zijn: 90 m2 + 10 m2 = 100 m2. Is de oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken (na bouwen van het nieuwe bijbehorende bouwwerk) in dit geval dus groter dan 100m2? Dan beantwoordt u deze vraag met 'ja'. 

Is de oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken na het bouwen van het nieuwe bouwwerk meer dan 250 m2?

Bij deze vraag moet u de oppervlakte bepalen van alle bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied, zoals u heeft bepaald in de vorige vraag. De oppervlakte van de oorspronkelijke woning telt dus niet mee, maar alle uitbreidingen en vrijstaande bijbehorende bouwwerken tellen wel mee. Bij het bepalen van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken moet u alle bestaande bijbehorende bouwwerken meetellen, ongeacht of deze met of zonder vergunning zijn gebouwd. Het gaat om het totale oppervlak van: 

  • Uitbreidingen van de oorspronkelijke woning. 

  • Oorspronkelijk tegen de woning aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zoals bergingen en garages. 

  • Later tegen de woning aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zoals bergingen en garages. 

  • Oorspronkelijke vrijstaande bijbehorende bouwwerken. 

  • Later gebouwde vrijstaande bijbehorende bouwwerken. 

Bij dit totaal telt u het oppervlak van het nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerk op. 

Bouwt u het bijbehorende bouwwerk tegen de woning aan?
Is het aangebouwde bijbehorende bouwwerk hoger dan de woning?
Komt het dak van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk meer dan 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping uit?
Is het aangebouwde bijbehorende bouwwerk dieper dan 4 meter gemeten (loodrecht) vanaf de oorspronkelijke gevel van de woning?
Woont u in een vrijstaande woning of in een twee-onder-1-kap woning?
Is het bijbehorende bouwwerk hoger dan 3 meter?

De hoogte meet u vanaf het oorspronkelijke aansluitende terrein. Dat wil zeggen dat het gehele bouwwerk aan de voorgeschreven hoogtemaat moet voldoen (die maat blijkt uit de volgende vragen). Plaatselijke ophogingen of dieper gelegen stukken grond direct naast het bouwwerk hoeft u niet mee te rekenen. Het is niet de bedoeling om eerst de grond op te hogen of te verdiepen en te meten vanaf de ophoging of de verdieping.

Is het bijbehorende bouwwerk hoger dan 5 meter?

De hoogte meet u vanaf het oorspronkelijke aansluitende terrein. Dat wil zeggen dat het gehele bouwwerk aan de voorgeschreven hoogtemaat moet voldoen (die maat blijkt uit de volgende vragen). Plaatselijke ophogingen of dieper gelegen stukken grond direct naast het bouwwerk hoeft u niet mee te rekenen. Het is niet de bedoeling om eerst de grond op te hogen of te verdiepen en te meten vanaf de ophoging of de verdieping.

Bouwt u een bijbehorend bouwwerk op een afstand van 4 meter of minder (loodrecht) vanaf de oorspronkelijke woning?
Heeft het bijbehorende bouwwerk een schuin dak?
Is de dakvoet van het dak hoger dan 3 meter?

De dakvoet is het laagste punt van een schuin dak.

Wordt de daknok van het bijbehorende bouwwerk gevormd door 2 of meer schuine dakvlakken?

De daknok is het hoogste punt van een dak.

Is de hellingshoek van de dakvlakken van het bijbehorende bouwwerk 55 graden of meer?
Voldoet de hoogte van de daknok aan de volgende formule: maximale daknokhoogte (m) = (afstand daknok tot de perceelsgrens (m) x 0,47) + 3)?
Wordt een andere bouwlaag dan de begane grond gebruikt voor het verblijven van personen?
Is het gebruik van het nieuwe bouwwerk ondergeschikt aan het gebruik van de woning?

Ondergeschikt gebruik is bijvoorbeeld als het bouwwerk wordt gebruikt als garage of berging. Als het bouwwerk wordt gebruikt als toiletruimte, keuken, slaap-, bad- of woonkamer, dan is er geen sprake van ondergeschikt gebruik.

U heeft geen vergunning nodig en u hoeft dit ook niet te melden bij de gemeente. 

U heeft een omgevingsvergunning nodig. Vraag een omgevingsvergunning aan op de website van het Omgevingsloket